Vijf jaar wachttijd bij "fraude" van de baan

  • door Julien Luscuere
  • 30 apr, 2017

Raad van State: "Nieuwe afwijzingsgrond in strijd met Gezinsherenigingsrichtlijn".

Op 26 april 2017 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de nieuwe wettelijke bepaling, die het mogelijk maakt om een vreemdeling vijf jaar te weren als deze eerder gebruik heeft gemaakt van onjuiste of onvolledige gegevens,  in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn. In die richtlijn is wel een mogelijkheid opgenomen voor de lidstaat om een vergunning te weigeren of in te trekken bij 'fraude' maar die voorziet niet in het weigeren van toekomstige aanvragen als wél aan alle voorwaarden is voldaan en er geen sprake is van fraude.

Casablanca

In de film Casablanca (1942) probeert Ilsa, gespeeld door Ingrid Bergman, met haar echtgenoot een visum te krijgen om vanuit de Marokkaanse havenstad naar Amerika te vluchten. Ze ontmoet echter een oude geliefde Rick, gespeeld door Humphrey Bogart. Het  confronteert haar dat ze naar beide mannen niet eerlijk is geweest. Maar heeft zij niet vooral zichzelf bedrogen..?

Deze klassieker is dan al 75 jaar oud, maar het thema over liefde, grenzen en bedrog heeft niets aan actualiteit ingeboet. Alleen zijn het spel en de regels nu anders, en ook de belangen. In 2006 wenste de toenmalige Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie, Rita Verdonk, vreemdelingen harder aan te pakken die door fraude of bedrog een verblijfsvergunning hadden gekregen. Niet alleen moest die vergunning worden ingetrokken, maar ook moest de kwaadwillige worden geweerd van een toekomstig verblijfsrecht. Het duurde zeven jaar voor die bepaling in de Vreemdelingenwet werd ingevoerd. Niet omdat het parlement er lang over moest vergaderen, maar omdat deze in andere nieuwe wetgeving, de Wet 'Modern Migratiebeleid', moest worden ingepast.

Onjuiste en achterhouden gegevens

De sanctie op 'fraude' werd uiteindelijk op 1 juni 2013 ingevoerd met art. 16, eerste lid, onder i, Vreemdelingenwet :
  • De aanvraag voor een verblijfsvergunning kan worden afgewezen als: [...] de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van een eerdere aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een visum of een verblijfsvergunning hebben geleid of zouden hebben geleid;
De nieuwe bepaling is bijna gekopieerd vanuit artikel 18, eerste lid, onder c,  Vreemdelingenwet, waarbij de verleende vergunning weer kan worden ingetrokken als onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt. Dat lijkt consequent, maar de wetgever vergat dat er juridisch een groot verschil bestaat tussen het repareren van een situatie die niet zo had mogen zijn, of het later straffen van een persoon nadat die fout was ontdekt en hersteld.

Bij het eerste is niet van belang of iemand bewust heeft gefraudeerd,of zelfs maar enige kennis had van de fout. Het gaat er namelijk om dat de overheid op het verkeerde been stond en iets heeft gedaan wat niet de bedoeling was. Bij de nieuwe bepaling wil de overheid later de vreemdeling vijf jaar lang een vergunning weigeren vanwege die eerdere fout. Zelfs als hij of zij geen verwijt kon worden gemaakt, en zelfs als de nieuwe aanvraag wel 100%  in orde is.

Gezinsherenigingsrichtlijn

Die consequentie vindt de Raad van State veel te ver gaan in zijn nieuwste uitspraak. Daarbij verwijst de hoogste bestuursrechter naar artikel 16, tweede lid, onder a, van de Gezinsherenigingsrichtlijn waarin wel staat dat fraude kan leiden tot afwijzing of intrekking, maar niet dat  gezinshereniging in de toekomst weer mag worden geweigerd, zelfs als dan wel aan voorwaarden wordt voldaan.

Met de richtlijn uit 2003 hebben bijna alle Europese lidstaten, behalve Denemarken en het VK, afgesproken dat gezinshereniging tegen dezelfde minimale voorwaarden mogelijk moet zijn. Dat voorkomt dat er teveel verschillen ontstaan in het toelatingsbeleid van de lidstaten. Maar de richtlijn probeert ook gezinshereniging als een belangrijk recht toe te kennen aan mensen van buiten de Europese Unie, die daar al rechtmatig wonen.

Minimumnormen

Heel lang heeft Nederland gedaan  alsof onze regelgeving al helemaal aan die minimumnormen voldoet. Maar de afgelopen twaalf jaar is duidelijk geworden dat dit voor veel onderwerpen helemaal niet het geval is. Zo waren de inkomenseisen veel te streng, wat langzaam door uitspraken van rechters tot versoepeling heeft geleid. Ook de inburgeringsvoorwaarden zijn wat flexibeler geworden. Het bestraffen van vreemdeling voor eerdere fouten is, bij gezinshereniging, nu dus ook van de baan. Het wachten is op een uitspraak in een zaak waar de vergunning is afgewezen vanwege een (klein of oud) strafblad van de vreemdeling. Ook daar is de verwachting dat het snoeiharde beleid niet in stand kan blijven bij gezinshereniging.

Omgekeerde discriminatie

Een andere belangrijke winst van al deze uitspraken is dat de omgekeerde discriminatie van Nederlanders nu definitief een halt lijkt te zijn toegeroepen, en zij over dezelfde rechten beschikken als derdelanders die hun partner of kind naar Nederland willen laten komen. Het lijkt bizar, maar daar waar de Gezinsherenigingsrichtlijn minder streng was dan de Nederlandse regelgeving, bleef de IND Nederlanders uitsluiten van de werkingssfeer. Of te wel: zij hadden geen recht op die mooie Europese minimumnormen. Juridisch klopt dat als een bus. Maar voor de politiek was dit een ongemakkelijke waarheid die men liever toedekte.

Omdat het overgrote gedeelte van de zaken wel Nederlanders betrof, is de richtlijn heel lang als irrelevant buiten de juridische discussie gehouden. De achterstelling van eigen onderdanen kon echter politiek niet langer worden volgehouden toen bleek dat de richtlijn wel degelijk soepeler is dan de Nederlandse regels. De toenmalige staatssecretaris Fred Teeven erkende dat in oktober 2014. Om die reden heeft de Raad van State eind 2014 de knoop zelf doorgehakt en de richtlijn ook op Nederlanders toegepast hoewel die strikt genomen daar niet onder vallen.

En nu?

De uitspraak van de Afdeling is ook een signaal dat eenvoudig politiek wensdenken voor een "harde aanpak" niet zomaar in even eenvoudige regels moet worden omgezet. Zoals de rechter vaststelt moet rekening worden gehouden met Europese regels. Een wachttijd invoeren buiten die minimumnormen om is in elk geval ongeschikt, oordeelt de Raad van State,  wanneer de vreemdeling op basis van gezinshereniging bij zijn partner wil worden toegelaten.


Nieuws

door Marianne Wiersma 27 sep, 2017
Op 26 september 2017 werd Marianne Wiersma door RTL Nieuws geinterviewd over de boetes die soms worden gegeven als te laat is ingeburgerd. 
door Merijn de Jong 11 sep, 2017

Kan dat?

Wij krijgen deze vraag de laatste tijd opvallend vaak. Meestal is de vragensteller een inmiddels goed ingeburgerde migrant, met eigen inkomen. Vaak wonen er ook broers en zussen in Nederland of ergens anders in Europa. De moeder of vader woont echter nog in het land van herkomst en is door overlijden van de partner alleen komen te staan. Nu wil de vragensteller die moeder of vader naar Nederland laten overkomen. Een logische stap voor veel mensen in die situatie. Immers, het is fijn om je alleenstaande moeder of vader dicht in de buurt te hebben. Als hij of zij wat gebrekkig is of wordt, kan er mantelzorg worden verleend. Verder is de medische zorg in Nederland vaak beter dan in het land van herkomst.

Ouderenbeleid afgeschaft

Helaas heeft de IND een aantal jaren geleden een streep gehaald door de rekening: per 1 oktober 2012 is het zogenaamde ouderenbeleid afgeschaft. Volgens dit beleid was het mogelijk een verblijfsvergunning aan te vragen voor een alleenstaande moeder of vader die ouder was dan 65, indien alle kinderen buiten het land van herkomst woonden en de in Nederland wonende kinderen in staat waren om voor de moeder te zorgen (voldoende inkomen). Die mogelijkheid bestaat dus helaas niet meer in het Nederlandse vreemdelingenbeleid.

Is er nog een andere mogelijkheid?

Ja, gelukkig hebben we nog het recht van de Europese Unie. Volgens het EU-recht hebben ouders van meerderjarige kinderen recht op verblijf, indien zij ‘ten laste van de verblijfgever komen’. Dit betekent dat de ouder financieel afhankelijk moet zijn van het meerderjarige kind. Maar… het EU-recht is niet zomaar van toepassing. Om te beginnen moet het kind (de verblijfgever) de nationaliteit hebben van een EU-lidstaat (bijvoorbeeld Nederlander zijn). Daarnaast moet op de een of andere manier het EU-migratierecht op deze verblijfgever van toepassing zijn. Dat is meestal alleen het geval als deze is verhuisd naar een ander EU-land. Voor een Nederlander betekent dat dus: verhuizen naar bijvoorbeeld België, Duitsland of een ander EU-land.

Ik wil die EU-route gebruiken. Wat moet ik doen?

  1. De ondersteuning van uw ouder moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
    • Uw moeder of vader moet financieel afhankelijk van u zijn. Volgens de IND is dat pas aantoonbaar het geval als u minstens een jaar een bedrag overmaakt naar uw moeder of vader, die dat bedrag nodig heeft om van te leven. Een bedrag voor extra ‘zakgeld’ is dus niet genoeg. 
    • U moet de overschrijvingen kunnen aantonen. 
    • Daarnaast moet u ook kunnen aantonen dat uw moeder of vader die bijdrage werkelijk nodig heeft, omdat hij of zij anders niet kan rondkomen.
  2. Vervolgens verhuist u naar een ander EU-land. U schrijft u uit van de basisregistratie personen bij de gemeente, en u schrijft u in het andere EU-land in. U moet daar huisvesting hebben en over voldoende eigen inkomen beschikken. Als Nederlander hebt u dan rechtmatig verblijf onder het EU-recht.
  3. U laat dan uw moeder of vader overkomen. Als deze visumplichtig is, vraagt hij of zij een gewoon visum aan bij de ambassade van het land waar u woont.
  4. Nadat u een aantal maanden samen in het EU-land hebt gewoond, kunt u samen naar Nederland terugkeren. De IND heeft lang volgehouden dat die periode minimaal 6 maanden moet zijn, maar intussen heeft de rechter de IND teruggefloten: meer dan drie maanden (dus drie maanden en een dag) is in beginsel voldoende. Wel is het verstandig om aan te tonen dat het verblijf ook in het andere EU-land is erkend. Dat kan in veel landen vaak langer duren dan drie maanden. Houdt u daarmee vooraf rekening.
  5. In Nederland vraagt uw moeder of vader een document aan voor verblijf als EU-gezinslid bij de IND. Zo lang u samen in een huis woont, een gemeenschappelijke huishouding voert en uw moeder of vader financieel afhankelijk van u blijft, behoudt uw moeder of vader rechtmatig verblijf onder het EU-recht.

Ik kan niet verhuizen. Is er geen andere mogelijkheid?

Eigenlijk niet. Alleen in heel bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld als uw moeder of vader erg ziek is (lichamelijk of psychisch), en hij of zij kan helemaal nergens anders terecht dan bij u, wil de IND misschien een uitzondering maken. Als uw moeder of vader een aandoening heeft die niet kan worden behandeld in het eigen land, kan in sommige gevallen een tijdelijke verblijfsvergunning voor medische behandeling worden aangevraagd. Dit soort vergunningen worden echter maar heel zelden verleend.

Als uw moeder of vader al in Nederland is, zijn wel wat meer mogelijkheden. In dat geval is het verstandig om contact met ons op te nemen, om de situatie te bespreken.

 Hebt u na het lezen van dit artikel nog vragen, of wilt u meer informatie over de EU-route, neemt u dan contact op met een van onze vreemdelingenrechtadvocaten.

door Merijn de Jong 11 aug, 2017

Per 1 juli 2017 hebben burgemeesters meer bevoegdheden gekregen om woonoverlast aan te pakken. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld geluidsoverlast, stank, vervuiling van de omgeving of intimidatie van omwonenden. De overlast moet ernstig en structureel zijn.

Wat kan de burgemeester?

De burgemeester kan een ‘gedragsaanwijzing’ opleggen. Dat houdt een verplichting in om het gedrag aan te passe n. Er kan daarbij ook een verbod worden opgelegd: bijvoorbeeld om bezoekers te ontvangen of een bepaalde bezoeker te ontvangen. Zo nodig legt de burgemeester een ‘last onder dwangsom’ op. Dat wil zeggen dat de bewoner een dwangsom moet betalen als de aanwijzing niet wordt nageleefd.

Kan dat nu al?

De wet is wel veranderd, maar gemeenten moeten eerst nog een eigen verordening vaststellen. Daarna moet de burgemeester beleidsregels vaststellen waarin duidelijk wordt gemaakt in welke gevallen de burgemeester de nieuwe bevoegdheden gaat gebruiken. De verwachting is, dat de meeste gemeenten dit wel gaan doen, in elk geval de grote steden.

Wat kan ik doen als mijn buurman overlast geeft?

Als u ernstige en structurele overlast hebt van uw buren, en praten helpt niet meer, kunt u verschillende dingen doen. Om te beginnen kunt u natuurlijk melding maken bij de politie, en eventueel bemiddeling via de wijkagent vragen. In veel gemeenten zijn ook buurtbemiddelaars actief. Dat zijn vaak organisaties van vrijwilligers die getraind zijn om te bemiddelen bij conflicten tussen buren. (Zie bijvoorbeeld hier voor een buurtbemiddelingsbureau in Rotterdam) Als bemiddeling ook niet meer helpt, kunt zou u een aanvraag kunnen indienen bij de gemeente om een gedragsaanwijzing op te leggen op grond van de wet aanpak woonoverlast. Daarvoor is wel vereist dat de gemeente de hierboven beschreven stappen heeft gezet van verordening en beleidsregels. Tegen een afwijzing van uw aanvraag kunt u bezwaar maken binnen zes weken na verzending van de beslissing.

Wat kan ik nog meer doen?

Als u en uw buren van dezelfde verhuurder de woning huren, kunt u ook van uw verhuurder verlangen dat hij ingrijpt. Uw verhuurder is namelijk verplicht om u het ‘rustig woongenot’ van de woning te verschaffen. Bij overlast kan de verhuurder de overlastgever aanspreken, omdat deze zich dan niet gedraagt als een goed huurder.

De laatste mogelijkheid is dat u naar de civiele rechter stapt en vraagt aan de rechter om uw buren te verbieden nog overlast te veroorzaken. De rechter kan daar ook een dwangsom aan verbinden. Dit is echt een laatste redmiddel, want in die situatie rust de hele bewijslast op u. Ook als u een gunstig vonnis krijgt, moet een deurwaarder daarna kunnen vaststellen dat uw buren het vonnis niet naleven, omdat zij anders de dwangsom niet verbeuren. Het is daarom maar de vraag of dit een oplossing biedt.

Erwin Dingenouts en Merijn de Jong kunnen u zowel helpen met een bezwaarzaak tegen een weigering van de gemeente of verhuurder om uw buren aan te pakken, als met een eventuele civiele procedure. Neemt u contact op met een van hen voor het bespreken van de mogelijkheden.
door Erwin Dingenouts 19 jul, 2017

Vaak is de zaak dan in het verre verleden voor de rechter geweest. Die heeft een verstekvonnis uitgesproken (waarbij de gedaagde dus niet is verschenen in de procedure en geen verweer heeft gevoerd). Maar het is de schuldeiser daarna niet gelukt om de hele vordering te incasseren.. Het gebeurt dan ook wel, dat de vordering daarna wordt overgenomen door een opkoper. Die opkoper heeft dan een incassobureau of deurwaarderskantoor op de zaak gezet om het vonnis weer actief te gaan incasseren nadat dat vele jaren op de plank heeft gelegen. De laatste tijd zien wij weer dat Schuman Incasso & Gerechtsdeurwaarders hierbij geregeld betrokken is.

 

In beginsel is er uiteraard niks mis met het incasseren van een toegewezen verstekvonnis. U dient er echter wel op te letten dat wanneer u alsnog inhoudelijk verweer wilt voeren tegen de vordering, u dan tijdig in verzet moet gaan. Dat kan alleen maar door een dagvaarding te laten uitbrengen. De verzettermijn is nu 4 weken, maar bij vonnissen van voor 1 januari 2002 is de verzettermijn slechts 14 dagen!

 

Wanneer u te maken krijgt met een eerste brief of ambtelijk stuk van een deurwaarder na vele jaren, is het doorgaans verstandig om NIET direct te reageren, maar eerst rechtshulp te zoeken. Door te reageren zult u namelijk de verzettermijn van 14 dagen laten beginnen, als deze nog niet is gestart.

 

Wanneer het vonnis ouder is dan 20 jaar kan het recht het te incasseren verjaard zijn. Dat is met name het geval wanneer geen schriftelijke meldingen zijn verstuurd vanuit de schuldeiser waaruit blijkt dat zij betaling van de vordering wenst. Â Vaak is na het verloop van vele jaren het rentedeel van de vordering hoog opgelopen. Wanneer er sprake is van (contractuele) rente geldt in beginsel een verjaringstermijn voor die rente van 5 jaar. Als het vonnis (deels) verjaard is of andere kosten worden gevorderd waar geen recht op bestaat, kan sprake zijn van een onrechtmatige executie van het vonnis.

 

Wanneer u advies nodig hebt over dit soort situaties, kunt u contact opnemen met Merijn de Jong of Erwin Dingenouts .

 

door Erwin Dingenouts 14 jul, 2017
Vanaf 1 juli 2016 (Wet doorstroming huurmarkt 2015) is het mogelijk om woningen tijdelijk te verhuren zonder dat de huurder zich bij het einde van de bepaalde tijd op huurbescherming kan beroepen. Dit kan voor maximaal 2 jaar bij ‘zelfstandige’ woonruimte (met eigen voorzieningen) en maximaal 5 jaar bij ‘onzelfstandige’ woonruimte (met gedeelde voorzieningen). Opzegging is aan het einde van de bepaalde tijd niet nodig, maar wel is een schriftelijke kennisgeving nodig voor het einde van de huur. De huurder mag tussentijds opzeggen, ook al is in het contract bepaald dat dit niet mag. Als na afloop van de bepaalde tijd opnieuw een huurovereenkomst wordt aangegaan met dezelfde huurder, wordt die laatste overeenkomst opgevat als een verlenging voor onbepaalde tijd van de eerste huurovereenkomst.

De Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) heeft in verband met de wetswijziging een nieuw model huurovereenkomst woonruimte opgemaakt. Dat model bevat 4 opties voor wat betreft duur van het contract. Het valt echter te betwijfelen of de 2e optie (onbepaalde tijd met een minimum van 12 maanden) bij de rechter stand kan houden wanneer de huurder toch tussentijds opzegt. Dit lijkt immers in strijd met de wet.

Als u als verhuurder precies wilt weten hoe u zo veilig mogelijk een contract voor bepaalde tijd afsluit en uitvoert, of wanneer u als huurder te maken krijgt met een geschil over een huurovereenkomst voor bepaalde tijd, kunt u daarvoor huurrechtadvocaten Merijn de Jong en Erwin Dingenouts benaderen.
door Erwin Dingenouts 14 jul, 2017
Er is inderdaad sprake van enige consumentenbescherming voor (kleine) bedrijven bij elektriciteitslevering en gaslevering. De diverse bepalingen in deze wetten die de kleinverbruiker moeten beschermen gelden namelijk voor aansluitingen tot 3x80A (elektriciteit) en met een totale maximale capaciteit van ten hoogste 40m3 per uur (gas).

Dat speelt bijvoorbeeld een rol bij informatieverplichtingen van de leverancier, bij discussies over voortzetting van overeenkomsten, tarieven, verbruik, meterstanden, opzegging/beëindiging van contracten en levering, en boetes die de leverancier het bedrijf in rekening brengt.

Als kleine ondernemer/MKB-er met aansluitingen tot bovengenoemde maximumgrenzen is het verstandig dat u zich hiervan bewust bent. Dit te meer nu het voorkomt dat leveranciers in zakelijke contracten en algemene voorwaarden, en bij geschillen, hiermee niet altijd volledig rekening houden. Algemene voorwaarden kunnen vanwege de extra bescherming gemakkelijker onredelijk worden beschouwd zodat de leverancier hierop geen beroep mag doen.

Indien u nadere advisering of rechtsbijstand bij een geschil met een energieleverancier wenst, kunt u daarvoor Erwin Dingenouts inschakelen.
door Erwin Dingenouts 12 jul, 2017

Een bindend advies kon namelijk alleen door de rechter worden vernietigd, als de inhoud of de manier waarop deze tot stand was gekomen, door de rechter als onaanvaardbaar werd beschouwd. U kunt daarbij denken aan een ernstig gebrekkige motivering of schending van fundamentele beginselen van een behoorlijk procesrecht (zoals het beginsel van hoor- en wederhoor). Deze manier van toetsen door de rechter wordt ook wel ‘marginale toetsing’ genoemd.

Maar nu is dat anders. Als gevolg van een Europese richtlijn (de ADR-richtlijn) is er vanaf 9 juli 2015  voor de consument een mogelijkheid bijgekomen om een bindend advies op inhoudelijke gronden door de rechter te laten vernietigen. Kort samengevat komt dat argument erop neer dat de geschillencommissie niet voorbij mag gaan aan ‘dwingend’ consumentenrecht ten nadele van de consument. Dwingend recht wil zeggen dat je in een contract daarvan niet kunt afwijken. Er is bij consumenten op veel onderdelen sprake van dwingend recht, bijvoorbeeld:  

·      informatieverstrekking,

·      contractsluiting,

·      te leveren kwaliteit,

·      ontbinding overeenkomst.

Op al dit soort punten is er dus een kans dat u met succes naar de rechter kunt om het bindend advies aan te vechten.

U kunt Merijn de Jong en Erwin Dingenouts vragen om advies en rechtsbijstandverlening inzake vernietiging van een bindend advies. Indien u een rechtsbijstandverzekering hebt die het geschil dekt, bent u vrij in het kiezen van uw advocaat die dan door uw verzekeraar betaald zal moeten worden (zie voor meer informatie daarover hier ).

door Erwin Dingenouts 10 jul, 2017
Op de levering van water zien deels andere wettelijke regels dan op de levering van nutsvoorzieningen als elektriciteit, gas en warmte. Toch komen de uitgangspunten in grote lijnen overeen en is de aanpak voor de consument en zijn advocaat bij geschillen met de verschillende nutsleveranciers in grote lijnen hetzelfde.

Ook de afnemer van water is een consument die door het consumentenrecht wordt beschermd. Daarnaast is er regelgeving waardoor waterafsluitingen niet in alle gevallen zijn toegestaan. Ook hanteert de Geschillencommissie Water (voorheen geschillencommissie Energie en Water) dezelfde ‘methode Vink’ (zie hier voor uitleg) als de geschillencommissie Energie.

In 2016 is hierover nog een proefprocedure gevoerd, waarin Evides betoogde dat de commissie de methode Vink niet meer op waterlevering, althans op levering door Evides, zou moeten toepassen. De geschillencommissie heeft echter geoordeeld in haar bindend advies van 5 april 2016 dat die methode Vink van toepassing blijft, en ook de normale verjaringsregels. Die laatste termijn is bij waterlevering weliswaar ‘gewoon’ 5 jaar, maar voor energielevering, waar de verjaringstermijn 2 jaar is, kan die overweging van extra belang zijn.
door Erwin Dingenouts 16 jun, 2017
> De oorspronkelijke energiebedrijven met alles in 1 hand (bemeting, levering en transport) zijn uit elkaar getrokken en zijn aparte bedrijven: een vergunninghoudende leverancier, een netbeheerder en een meetbedrijf. De netbeheerder is een lokale monopolist. De netbeheerder mag geen energie leveren.
> De vordering (van de energieleverancier) tot betaling van de koopprijs voor levering van elektriciteit, gas en warmte verjaart in het geval de koper een consument is na twee jaar.
> De vordering (van de netbeheerder) ter zake transport- en aansluitkosten vervalt na twee jaar.
> De vaste lijn in de jurisprudentie van de geschillencommissie Energie en Water ('methode Vink' genoemd) ingeval van jarenlang schatten van meterstanden valt als volgt samen te vatten: Het energiebedrijf dient ten minste 1 x in de 3 jaar de meterstanden daadwerkelijk op te nemen. Is dit niet gebeurd en blijkt uit op enig moment kenbaar geworden meterstanden dat meer dan drie jaar achtereen het verbruik te laag is geschat, dan dient het verbruik over alle jaren waarin schatting plaatsvonden te worden herverdeeld. De kosten van levering van energie zijn slechts invorderbaar over de recentste drie jaren.
> Algemene voorwaarden zijn van toepassing indien de afnemer daarmee heeft ingestemd. Indien met toepassing van algemene voorwaarden is ingestemd, maar die voorwaarden niet uiterlijk bij het aangaan van de overeenkomst ter hand zijn gesteld, dan zijn de bepalingen uit die voorwaarden te vernietigen (o.a. door middel van een buitengerechtelijke verklaring).
> Leg meterstanden altijd goed vast. Dat kan bij aanvang van bewoning (na koop of huur) bijvoorbeeld schriftelijk in een opleveringsrapport. Verder kunt u een foto maken van de meterstanden. Het is dan nuttig dat u een krant van de dag waarop u de foto maakt erbij houdt (met de datum leesbaar op de foto), en dat u de meterstand en het meternummer leesbaar op de foto plaatst. 
> Ingeval u geen 'slimme meter' hebt, is het van belang dat u ervoor zorgt dat u bewijsbaar de meterstanden bij begin en einde van de levering, en tussendoor jaarlijks, hebt doorgegeven. Veelal is het met dat doel het gemakkelijkst om dit online door te geven en te controleren dat u een bevestigingsmail met daarin de doorgegeven meterstanden ontvangt van de leverancier of netbeheer/meetbedrijf.


Hier enige voorbeelden van uitspraken op onderhavig rechtsterrein:

Kantonrechter Haarlem, 28-12-2011, LJN: BV0329 : Nu Oxxio zich bedient van telefonische contractsluiting met voice logs als bewijst, dient zij ervoor zorg te dragen dat ook de –toegestane- mondelinge opzeggingen deugdelijk worden geregistreerd. Enkele betoog van Oxxio dat opzegging onbekend is, baat haar niet. Vergoeding voor energieleveranties uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking in dit geval niet redelijk en schade kan niet zonder meer worden gesteld op factuurbedrag.

Kantonrechter Assen: 15-11-2011, LJN: BU9407 : Extreem hoge elektriciteitsnota: energieleverancier mag het gebruik niet baseren op evident onjuiste meterstanden die de netbeheerder weigert te corrigeren.

Kantonrechter Middelharnis, 14-11-2011, LJN: BU6285 : Koop op afstand, artikel 7:46c tweede lid aanhef en onder a BW, verwijzing in bevestigingsbrief naar productvoorwaarden op achterzijde waarin afkoelingsperiode is vermeld is niet op duidelijke en begrijpelijke wijze. geen ongerechtvaardigde verrijking, omstandigheid dat eiseres te vroeg is begonnen met switchproces komt voor haar eigen rekening en risico.

Rechtbank 's-Gravenhage, 05-10-2011, LJN: BU3707: Vraag is of telefonisch een overeenkomst tot energielevering tot stand is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke overeenkomst niet tot stand is gekomen, gelet op de inhoud van de opname van een gedeelte van het telefoongesprek, het tempo van het gesprek alsmede hetgeen gedaagde onweersproken heeft gesteld omtrent de inhoud van het gesprek voordat de opname werd gestart. Het bestaan van een overeenkomst kan ook niet worden afgeleid uit het feit dat gedaagde niet heeft gereageerd op door de energiemaatschappij aan haar gezonden brieven. Geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking van gedaagde, nu niet is komen vast te staan dat aan haar energie is geleverd.

Kantonrechter Amsterdam, 20-04-2011, LJN: BU2117: Overeenkomst tot levering gas en elektriciteit. Vordering tot betaling. Beroep van leverancier op actievoorwaarden wordt afgewezen omdat deze niet bij sluiten van de overeenkomst bekend zijn gemaakt. Leverancier heeft mogelijk bijgedragen aan voortijdige beëindiging van overeenkomst, zodat geen aanspraak kan worden gemaakt op opzegvergoeding.
door Erwin Dingenouts 15 jun, 2017

Als een student een opleiding of cursus volgt en deze – om welke reden dan ook – voortijdig beëindigt, wil het opleidingsinstituut meestal dat het volledige lesgeld alsnog betaald wordt, of weigert zij het vooruit betaalde lesgeld terug te betalen. Dit met een beroep op de algemene voorwaarden waarin dit is opgenomen.

 

In de rechtspraak is uitgemaakt dat een onderwijsovereenkomst een overeenkomst van opdracht is. Dat soort overeenkomsten kan de opdrachtgever (in dit geval de student) altijd opzeggen. De student hoeft daarbij geen schadevergoeding te betalen maar hoeft in beginsel alleen loon te betalen voor al geleverde diensten.

 

In dit soort situaties kan de consument/ex-student dus vaak kansrijk verweer voeren of zelfs geld terug vorderen.

Hoewel de rechter in veel gevallen uit eigen beweging moet onderzoeken of de algemene voorwaarden (on)geldig zijn, is het zeker van nut om in een dergelijke procedure door een deskundige advocaat te worden bijgestaan. Dan kan de uitspraak voor de student zelfs nog gunstiger uitvallen, zoals bijvoorbeeld in de uitspraak van de kantonrechter Rotterdam van 21 oktober 2016 waarbij de vordering van NCOI grotendeels werd afgewezen.


Voor advies of rechtsbijstand kunt u altijd contact opnemen met Merijn de Jong en Erwin Dingenouts .
Meer posts
Share by: