Vijf jaar wachttijd bij "fraude" van de baan

  • door Julien Luscuere
  • 30 apr, 2017

Raad van State: "Nieuwe afwijzingsgrond in strijd met Gezinsherenigingsrichtlijn".

Op 26 april 2017 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de nieuwe wettelijke bepaling, die het mogelijk maakt om een vreemdeling vijf jaar te weren als deze eerder gebruik heeft gemaakt van onjuiste of onvolledige gegevens,  in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn. In die richtlijn is wel een mogelijkheid opgenomen voor de lidstaat om een vergunning te weigeren of in te trekken bij 'fraude' maar die voorziet niet in het weigeren van toekomstige aanvragen als wél aan alle voorwaarden is voldaan en er geen sprake is van fraude.

Casablanca

In de film Casablanca (1942) probeert Ilsa, gespeeld door Ingrid Bergman, met haar echtgenoot een visum te krijgen om vanuit de Marokkaanse havenstad naar Amerika te vluchten. Ze ontmoet echter een oude geliefde Rick, gespeeld door Humphrey Bogart. Het  confronteert haar dat ze naar beide mannen niet eerlijk is geweest. Maar heeft zij niet vooral zichzelf bedrogen..?

Deze klassieker is dan al 75 jaar oud, maar het thema over liefde, grenzen en bedrog heeft niets aan actualiteit ingeboet. Alleen zijn het spel en de regels nu anders, en ook de belangen. In 2006 wenste de toenmalige Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie, Rita Verdonk, vreemdelingen harder aan te pakken die door fraude of bedrog een verblijfsvergunning hadden gekregen. Niet alleen moest die vergunning worden ingetrokken, maar ook moest de kwaadwillige worden geweerd van een toekomstig verblijfsrecht. Het duurde zeven jaar voor die bepaling in de Vreemdelingenwet werd ingevoerd. Niet omdat het parlement er lang over moest vergaderen, maar omdat deze in andere nieuwe wetgeving, de Wet 'Modern Migratiebeleid', moest worden ingepast.

Onjuiste en achterhouden gegevens

De sanctie op 'fraude' werd uiteindelijk op 1 juni 2013 ingevoerd met art. 16, eerste lid, onder i, Vreemdelingenwet :
  • De aanvraag voor een verblijfsvergunning kan worden afgewezen als: [...] de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van een eerdere aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een visum of een verblijfsvergunning hebben geleid of zouden hebben geleid;
De nieuwe bepaling is bijna gekopieerd vanuit artikel 18, eerste lid, onder c,  Vreemdelingenwet, waarbij de verleende vergunning weer kan worden ingetrokken als onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt. Dat lijkt consequent, maar de wetgever vergat dat er juridisch een groot verschil bestaat tussen het repareren van een situatie die niet zo had mogen zijn, of het later straffen van een persoon nadat die fout was ontdekt en hersteld.

Bij het eerste is niet van belang of iemand bewust heeft gefraudeerd,of zelfs maar enige kennis had van de fout. Het gaat er namelijk om dat de overheid op het verkeerde been stond en iets heeft gedaan wat niet de bedoeling was. Bij de nieuwe bepaling wil de overheid later de vreemdeling vijf jaar lang een vergunning weigeren vanwege die eerdere fout. Zelfs als hij of zij geen verwijt kon worden gemaakt, en zelfs als de nieuwe aanvraag wel 100%  in orde is.

Gezinsherenigingsrichtlijn

Die consequentie vindt de Raad van State veel te ver gaan in zijn nieuwste uitspraak. Daarbij verwijst de hoogste bestuursrechter naar artikel 16, tweede lid, onder a, van de Gezinsherenigingsrichtlijn waarin wel staat dat fraude kan leiden tot afwijzing of intrekking, maar niet dat  gezinshereniging in de toekomst weer mag worden geweigerd, zelfs als dan wel aan voorwaarden wordt voldaan.

Met de richtlijn uit 2003 hebben bijna alle Europese lidstaten, behalve Denemarken en het VK, afgesproken dat gezinshereniging tegen dezelfde minimale voorwaarden mogelijk moet zijn. Dat voorkomt dat er teveel verschillen ontstaan in het toelatingsbeleid van de lidstaten. Maar de richtlijn probeert ook gezinshereniging als een belangrijk recht toe te kennen aan mensen van buiten de Europese Unie, die daar al rechtmatig wonen.

Minimumnormen

Heel lang heeft Nederland gedaan  alsof onze regelgeving al helemaal aan die minimumnormen voldoet. Maar de afgelopen twaalf jaar is duidelijk geworden dat dit voor veel onderwerpen helemaal niet het geval is. Zo waren de inkomenseisen veel te streng, wat langzaam door uitspraken van rechters tot versoepeling heeft geleid. Ook de inburgeringsvoorwaarden zijn wat flexibeler geworden. Het bestraffen van vreemdeling voor eerdere fouten is, bij gezinshereniging, nu dus ook van de baan. Het wachten is op een uitspraak in een zaak waar de vergunning is afgewezen vanwege een (klein of oud) strafblad van de vreemdeling. Ook daar is de verwachting dat het snoeiharde beleid niet in stand kan blijven bij gezinshereniging.

Omgekeerde discriminatie

Een andere belangrijke winst van al deze uitspraken is dat de omgekeerde discriminatie van Nederlanders nu definitief een halt lijkt te zijn toegeroepen, en zij over dezelfde rechten beschikken als derdelanders die hun partner of kind naar Nederland willen laten komen. Het lijkt bizar, maar daar waar de Gezinsherenigingsrichtlijn minder streng was dan de Nederlandse regelgeving, bleef de IND Nederlanders uitsluiten van de werkingssfeer. Of te wel: zij hadden geen recht op die mooie Europese minimumnormen. Juridisch klopt dat als een bus. Maar voor de politiek was dit een ongemakkelijke waarheid die men liever toedekte.

Omdat het overgrote gedeelte van de zaken wel Nederlanders betrof, is de richtlijn heel lang als irrelevant buiten de juridische discussie gehouden. De achterstelling van eigen onderdanen kon echter politiek niet langer worden volgehouden toen bleek dat de richtlijn wel degelijk soepeler is dan de Nederlandse regels. De toenmalige staatssecretaris Fred Teeven erkende dat in oktober 2014. Om die reden heeft de Raad van State eind 2014 de knoop zelf doorgehakt en de richtlijn ook op Nederlanders toegepast hoewel die strikt genomen daar niet onder vallen.

En nu?

De uitspraak van de Afdeling is ook een signaal dat eenvoudig politiek wensdenken voor een "harde aanpak" niet zomaar in even eenvoudige regels moet worden omgezet. Zoals de rechter vaststelt moet rekening worden gehouden met Europese regels. Een wachttijd invoeren buiten die minimumnormen om is in elk geval ongeschikt, oordeelt de Raad van State,  wanneer de vreemdeling op basis van gezinshereniging bij zijn partner wil worden toegelaten.


Nieuws

door Erwin Dingenouts 24 nov, 2017

De Hoge Raad heeft inmiddels uitspraak gedaan over het onderwerp van annuleringskosten bij opzeggen van de onderwijsovereenkomst. Wij hebben over dit onderwerp eerder een stukje geschreven op onze website ( hier ).

 

In dit geval had het Gerechtshof, na de kantonrechter, bepaald dat het annuleringsbeding onredelijk was. Dat bepaalde dat het gehele lesgeld ‘gewoon’ verschuldigd was, ondanks voortijdige beëindiging van het contract. Die voorwaarde is onredelijk volgens de kantonrechter en het Gerechtshof, zodat de cursist alleen het bedrag moest vergoeden voor de lessen tot de opzegging. Over de periode na opzegging hoeft hij geen kosten te betalen. Het teveel betaalde moet de onderwijsinstelling dus terugbetalen.

 

De Hoge Raad heeft op 27 oktober 2017 geoordeeld dat het Gerechtshof dit goed heeft gezien en bevestigt in deze uitspraak dat dit soort les-/onderwijs-/cursusovereenkomsten inderdaad als opdrachtovereenkomst gezien moeten worden.

door Erwin Dingenouts 02 nov, 2017

Of u die kosten moet betalen, hangt af van verschillende dingen. Zoals of er wel of geen overeenkomst is afgesloten; en of u zelf om de afsluiting verzoekt of dat de netbeheerder u wil afsluiten omdat er geen actieve gasleveringsovereenkomst bekend is op ‘uw aansluiting’.

 

Aansluitovereenkomst

Als u een gasleveringsovereenkomst en aansluit- en transportovereenkomst hebt voor uw gasaansluiting, dan kan  het zijn dat u de kosten moet betalen voor afsluiting en verwijdering. Dat staat dan vaak in de algemene voorwaarden van de netbeheerder. Het uitgangspunt hierbij is beschreven op Consuwijzer . Er kunnen redenen zijn waarom de algemene voorwaarden niet (meer) tegen u kunnen worden ingeroepen, al zult u daar wel beargumenteerd een beroep op moeten doen.

Als u geen gasleveringsovereenkomst meer wilt, en die dus opzegt en geen nieuwe sluit, dan is daarmee uw aansluiting nog niet afgesloten. De mogelijkheid tot gasafname bestaat dan nog. Omdat de netbeheerder geen gas mag leveren, zal de netbeheerder u aanschrijven dat u een gasleveringsovereenkomst met een leverancier zult moeten aangaan om niet afgesloten te worden, en dat als u dat niet doet de netbeheerder tot afsluiting zal moeten overgaan. Als u in zo’n geval akkoord bent met de afsluiting door de netbeheerder, dan is het van belang dat u de netbeheerder gelegenheid geeft tot de afsluiting. Doet u dat niet, dan moet de netbeheerder een vordering bij de rechter instellen om uw woning binnen te treden en de meter te mogen weghalen en de aansluiting te verzegelen. Dit met alle extra kosten van dien. Als u de netbeheerder vrijwillig toegang geeft zodat deze aan zijn verplichting kan voldoen tot afsluiting van de gasaansluiting zodat de netbeheerder niet meer (ongewild) kan optreden als leverancier, dan valt te betogen dat u daarvoor geen kosten verschuldigd bent.

 

Geen aansluitovereenkomst

Dit laatste valt nog overtuigender te verdedigen indien u helemaal nooit contractant bent geweest. Dat kan het geval zijn als u verhuist naar een woning en bijvoorbeeld wel een elektriciteitsleveringscontract afsluit, maar geen gasleveringscontract. Voor de gasaansluiting bent u dan nooit contractant geweest.

 

Acceptatie offerte

Als u de netbeheerder vraagt om een afsluiting/verwijdering en u krijgt vervolgens een offerte van de netbeheerder en u accepteert deze,  is de situatie anders. De netbeheerder kan zich dan op het standpunt stellen dat u de offerte hebt geaccepteerd zodat een (afzonderlijke) overeenkomst tot stand is gekomen. Om die reden kunt u dan verplicht zijn het geoffreerde bedrag te betalen.

 

Consumentenbescherming

In veel van de verschillende gevallen kunt u zich op diverse beschermende bepalingen in het (algemene) consumentenrecht beroepen. Een van de voorbeelden daarvan betreft een uitspraak van de geschillencommissie Energie . In dat bindend advies oordeelt de commissie dat de overeenkomst een overeenkomst van opdracht is, die de consument te allen tijde mag opzeggen zonder schadevergoeding te hoeven betalen.

 

Als er maar een klein onderdeel van de situatie wijzigt, bijvoorbeeld in de bewoordingen van de door u gevoerde correspondentie, of in de persoon of aard van de persoon (huurder of eigenaar), kan de beantwoording van de vragen al anders komen te liggen. Om hiervan een voorbeeld te geven: zodra u aan de netbeheerder schrijft dat u de overeenkomst wil opzeggen, zou de rechter daaruit kunnen afleiden dat u zelf (ook) vindt dat er sprake is van een overeenkomst.

 

De tactiek/aanvliegroute bij de aanpak van dit vraagstuk is dus van groot belang. Het is dan ook zaak dat u zich tijdig laat informeren en adviseren door een advocaat op het gebied van energierecht en consumentenrecht. U bent daarvoor bij Erwin Dingenouts aan het goede adres.

door Erwin Dingenouts 31 okt, 2017

Veel bemiddelaars vragen een fors bedrag aan bemiddelingskosten aan huurders (van 1 maandhuur bijvoorbeeld)). Dit terwijl de bemiddelaar eigenlijk door de verhuurder is ingeschakeld om een huurder te vinden voor de woning. Een huurder vindt vervolgens die woning die hij zou willen huren op een website en kan die woning alleen maar huren via contact met de bemiddelaar. Vervolgens brengt die bemiddelaar eenmalig kosten in rekening bij de aspirant huurder. Dan treedt de bemiddelaar op namens twee partijen, zowel voor de verhuurder als voor de huurder. In dat geval heeft de wetgever het verboden dat de (consument) huurder van woonruimte bemiddelingskosten verschuldigd is. Uitgangspunt is dan dat de bemiddelaar de kosten voor zijn werkzaamheden bij de verhuurder in rekening kan brengen.

Nadat de Hoge Raad de mogelijkheid om bemiddelingskosten te rekenen ingeval van particuliere huur van woonruimte had beperkt bij arrest van 16 oktober 2015 zijn er veel uitspraken van rechters verschenen waarin de huurder in het gelijk werd gesteld bij de terugvordering van de door hem betaalde bemiddelingskosten.

 

Bij het Hof Den Haag speelde een ietwat andere situatie. Woonstad wilde een sloopwoning tijdelijk verhuren. Voor die woning was een Leegstandswetvergunning verleend. Via Alvast (een bemiddelaar/leegstandsbeheerder) kwam een huurovereenkomst tussen Woonstad en de huurder tot stand. Alvast sloot daarnaast een aparte ‘overeenkomst tot bemiddeling en dienstverlening’ met de huurder voor € 80,- per maand voor zolang als de gesloten huurovereenkomst duurt. Het gerechtshof bevestigt de uitspraak van de kantonrechter, en stelt onder andere vast dat er geen sprake is van andere diensten dan bemiddeling. De berekende kosten zijn (dus) voor bemiddeling en dat betekent dat er inderdaad sprake is van schending van het verbod om de huurder kosten in rekening te brengen.

door Erwin Dingenouts 31 okt, 2017

In het huidige arbeidsrecht is bepaald dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst kan ontbinden als daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Redelijke gronden zijn (a) vervallen van arbeidsplaatsen; (b) ziekte of gebreken van de werknemer waardoor hij niet meer kan werken; (c) de werknemer kan geregeld niet werken als gevolg van ziekte of gebreken; (d) ongeschiktheid van de werknemer om het werk te verrichten (anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken); (e) verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer; (f) weigeren door de werknemer om te werken wegens een gewetensbezwaar; (g) een verstoorde arbeidsverhouding; (h) andere omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

 

Die laatste mogelijkheid (de ‘h-grond’) is een niet duidelijk omschreven en afgebakende situatie. Alles kan daaronder vallen, zolang het maar niet onder een van de andere specifieke gronden (a t/m g) valt.

 

Bij de totstandkoming van de wet zijn onder andere als voorbeelden gegeven: de detentie van de werknemer en de werknemer zonder geldige verblijfsvergunning.

 

In de rechtspraak passeren inmiddels ook andere situaties die volgens de rechter onder de h-grond vallen.

Zo was er bij kantonrechter Rotterdam ( uitspraak 9 januari 2017 ) sprake van een werknemer die bij twee verschillende werkgevers dienstbetrekkingen had. Werkgever Pameijer constateerde dat door een wijziging van de dienstbetrekking de inzet van de werknemer bemoeilijkt werd. Aangezien Pameijer de werknemer wilde inroosteren met inachtneming van de arbeidstijdenwet, en daardoor volledige inzet niet mogelijk was, ontstond een probleem. Aangezien werknemer en werkgever geen oplossing konden vinden, vond Pameijer dat er een einde moest komen aan het dienstverband.

 

De kantonrechter was het met Pameijer eens dat de schending van de arbeidstijdenwet niet kon voortgaan en dat het onder deze omstandigheden niet van Pameijer gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De kantonrechter heeft vervolgens de ontbinding van de arbeidsovereenkomst uitgesproken gebaseerd op de h-grond.

 

Mocht u vragen hebben over deze, of een andere, reden voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst, dan kunt u daarvoor Julien Luscuere of Erwin Dingenouts benaderen.

 

door Erwin Dingenouts 28 okt, 2017

Ook bij het sluiten van een huurovereenkomst kan de huurder dwalen. In een door Erwin behandeld geval kon de huurder zich niet inschrijven bij de gemeente op het huuradres omdat het adres niet ‘bestond’. Het kwam niet voor in het adressenregister van de gemeente, zodat de huurder zich niet in de GBA (thans BRP, Basis Register Personen) op het juiste adres kon inschrijven. Dit zorgt voor allerlei problemen, bijvoorbeeld bij het verkrijgen van toeslagen, een uitkering, en het ontvangen van post van de overheid.

 

Huurder stelt dan ook dat zij gedwaald heeft bij het aangaan van de overeenkomst. Had zij dit geweten, dan had zij de overeenkomst niet gesloten, of niet op dezelfde voorwaarden. De kantonrechter honoreert dit beroep op dwaling en verklaart dat de (gedeeltelijke) vernietiging van de overeenkomst (ter waarde van € 75,- per maand) tot aan het moment dat huurder zich wel kan inschrijven op het adres van het gehuurde, terecht is.  Hierbij is van belang dat de verhuurder een professionele verhuurder (Estate 77) is. 


Het eerste voorbeeld van een geslaagd beroep op dwaling ( in dat geval bij een energieleveringsovereenkomst ) vindt u hier .

door Erwin Dingenouts 25 okt, 2017

U hebt het misschien wel eens meegemaakt: u had een betaalachterstand, bijvoorbeeld bij Vodafone of Essent. Opeens krijgt u geen brieven meer van Vodafone, maar van Lindorff of DirectPay. Mag dat?

Het korte antwoord is: ja, dat mag. Er zijn echter wat opmerkingen bij te plaatsen.

 

Op dit moment zijn schuldopkopers en hun manier van (onbehoorlijk) incasseren van schulden veel in de publiciteit. Terzijde: een schuld is pas een schuld als u het ermee eens bent dat u het gevorderde bedrag moet betalen. Als u het geheel of gedeeltelijk oneens bent met het bedrag dat geclaimd wordt, dan is er sprake van een betwiste vordering (en dus geen schuld). Dit is van belang omdat u voor betwiste vorderingen beter geen afbetalingsvoorstellen kunt doen en u kunt deze in beginsel ook niet mee laten lopen in een schuldenregeling. Verder is dit van belang omdat u in zo’n geval er goed aan doet dat verweer zwart op wit te zetten en zo (bijv. per post/fax/e-mail) aan de schuldeiser te sturen dat u de aankomst kunt bewijzen.

 

Als een vordering op een andere schuldeiser overgaat, heet dat met een juridische term ‘cessie’. Hoewel cessie juridisch mogelijk is, moet dit wel aan een aantal formele eisen voldoen. Zo moet er minimaal sprake zijn van een ‘titel’ (koopovereenkomst), die is gesloten door een bevoegde verkoper, en er moet rechtsgeldig een ‘levering’ (overdracht) plaatsvinden. Dat laatste moet met een akte van cessie en mededeling van de cessie aan de schuldenaar, of met alleen een akte van cessie (stille cessie). In dat laatste geval is mededeling niet nodig, maar moet de akte geregistreerd zijn, of ‘authentiek’.

 

In de praktijk zien wij wel vaker dat de opkoper van een vordering in een procedure, na verweer door ons, niet aantoont dat er sprake is van een rechtsgeldige cessie. Als de rechter vaststelt dat de cessie niet genoeg is aangetoond, dan wijst de rechter de vordering af.

Een aantal gepubliceerde voorbeelden hiervan uit procedures die wij voor klanten gevoerd hebben zijn:
- Gerechtshof Den Haag (16-06-2009 –procedure gevoerd door Dingenouts, met inschakeling Bruins als procureur) – geen cessie van T-mobile naar Lindorff Purchase;

- Kantonrechter Den Haag (01-07-2010) – geen cessie van T-mobile naar Lindorff Purchase;

- Kantonrechter Rotterdam (07-03-2014) – geen cessie van Vodafone naar Intrum Justitia;

- Kantonrechter Haarlem (28-02-2017) – geen cessie van T-mobile naar Lindorff;

- Kantonrechter Rotterdam (21-08-2017) – geen cessie van T-mobile naar Direct Pay;

 

Als er sprake is van een (deels) betwiste vordering, is het vaak de moeite waard om ook formeel verweer te voeren tegen de rechtsgeldigheid van de gestelde cessie. Omdat dit nauwgezet en volhardend moet gebeuren, raden wij u aan om hiervoor een gespecialiseerde consumenten- en procesrecht advocaat in te schakelen. Vaak lijkt namelijk de eerste gedachte bij rechters te zijn (ook eens letterlijk gehoord op zitting) ‘dat zullen deze grote bedrijven toch wel goed geregeld hebben’. U kunt Merijn de Jong en Erwin Dingenouts telefonisch of per e-mail benaderen om te controleren of u een advocaat nodig hebt.

door Marianne Wiersma 27 sep, 2017
Op 26 september 2017 werd Marianne Wiersma door RTL Nieuws geinterviewd over de boetes die soms worden gegeven als te laat is ingeburgerd. 
door Merijn de Jong 11 sep, 2017

Kan dat?

Wij krijgen deze vraag de laatste tijd opvallend vaak. Meestal is de vragensteller een inmiddels goed ingeburgerde migrant, met eigen inkomen. Vaak wonen er ook broers en zussen in Nederland of ergens anders in Europa. De moeder of vader woont echter nog in het land van herkomst en is door overlijden van de partner alleen komen te staan. Nu wil de vragensteller die moeder of vader naar Nederland laten overkomen. Een logische stap voor veel mensen in die situatie. Immers, het is fijn om je alleenstaande moeder of vader dicht in de buurt te hebben. Als hij of zij wat gebrekkig is of wordt, kan er mantelzorg worden verleend. Verder is de medische zorg in Nederland vaak beter dan in het land van herkomst.

Ouderenbeleid afgeschaft

Helaas heeft de IND een aantal jaren geleden een streep gehaald door de rekening: per 1 oktober 2012 is het zogenaamde ouderenbeleid afgeschaft. Volgens dit beleid was het mogelijk een verblijfsvergunning aan te vragen voor een alleenstaande moeder of vader die ouder was dan 65, indien alle kinderen buiten het land van herkomst woonden en de in Nederland wonende kinderen in staat waren om voor de moeder te zorgen (voldoende inkomen). Die mogelijkheid bestaat dus helaas niet meer in het Nederlandse vreemdelingenbeleid.

Is er nog een andere mogelijkheid?

Ja, gelukkig hebben we nog het recht van de Europese Unie. Volgens het EU-recht hebben ouders van meerderjarige kinderen recht op verblijf, indien zij ‘ten laste van de verblijfgever komen’. Dit betekent dat de ouder financieel afhankelijk moet zijn van het meerderjarige kind. Maar… het EU-recht is niet zomaar van toepassing. Om te beginnen moet het kind (de verblijfgever) de nationaliteit hebben van een EU-lidstaat (bijvoorbeeld Nederlander zijn). Daarnaast moet op de een of andere manier het EU-migratierecht op deze verblijfgever van toepassing zijn. Dat is meestal alleen het geval als deze is verhuisd naar een ander EU-land. Voor een Nederlander betekent dat dus: verhuizen naar bijvoorbeeld België, Duitsland of een ander EU-land.

Ik wil die EU-route gebruiken. Wat moet ik doen?

  1. De ondersteuning van uw ouder moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
    • Uw moeder of vader moet financieel afhankelijk van u zijn. Volgens de IND is dat pas aantoonbaar het geval als u minstens een jaar een bedrag overmaakt naar uw moeder of vader, die dat bedrag nodig heeft om van te leven. Een bedrag voor extra ‘zakgeld’ is dus niet genoeg. 
    • U moet de overschrijvingen kunnen aantonen. 
    • Daarnaast moet u ook kunnen aantonen dat uw moeder of vader die bijdrage werkelijk nodig heeft, omdat hij of zij anders niet kan rondkomen.
  2. Vervolgens verhuist u naar een ander EU-land. U schrijft u uit van de basisregistratie personen bij de gemeente, en u schrijft u in het andere EU-land in. U moet daar huisvesting hebben en over voldoende eigen inkomen beschikken. Als Nederlander hebt u dan rechtmatig verblijf onder het EU-recht.
  3. U laat dan uw moeder of vader overkomen. Als deze visumplichtig is, vraagt hij of zij een gewoon visum aan bij de ambassade van het land waar u woont.
  4. Nadat u een aantal maanden samen in het EU-land hebt gewoond, kunt u samen naar Nederland terugkeren. De IND heeft lang volgehouden dat die periode minimaal 6 maanden moet zijn, maar intussen heeft de rechter de IND teruggefloten: meer dan drie maanden (dus drie maanden en een dag) is in beginsel voldoende. Wel is het verstandig om aan te tonen dat het verblijf ook in het andere EU-land is erkend. Dat kan in veel landen vaak langer duren dan drie maanden. Houdt u daarmee vooraf rekening.
  5. In Nederland vraagt uw moeder of vader een document aan voor verblijf als EU-gezinslid bij de IND. Zo lang u samen in een huis woont, een gemeenschappelijke huishouding voert en uw moeder of vader financieel afhankelijk van u blijft, behoudt uw moeder of vader rechtmatig verblijf onder het EU-recht.

Ik kan niet verhuizen. Is er geen andere mogelijkheid?

Eigenlijk niet. Alleen in heel bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld als uw moeder of vader erg ziek is (lichamelijk of psychisch), en hij of zij kan helemaal nergens anders terecht dan bij u, wil de IND misschien een uitzondering maken. Als uw moeder of vader een aandoening heeft die niet kan worden behandeld in het eigen land, kan in sommige gevallen een tijdelijke verblijfsvergunning voor medische behandeling worden aangevraagd. Dit soort vergunningen worden echter maar heel zelden verleend.

Als uw moeder of vader al in Nederland is, zijn wel wat meer mogelijkheden. In dat geval is het verstandig om contact met ons op te nemen, om de situatie te bespreken.

 Hebt u na het lezen van dit artikel nog vragen, of wilt u meer informatie over de EU-route, neemt u dan contact op met een van onze vreemdelingenrechtadvocaten.

door Merijn de Jong 11 aug, 2017

Per 1 juli 2017 hebben burgemeesters meer bevoegdheden gekregen om woonoverlast aan te pakken. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld geluidsoverlast, stank, vervuiling van de omgeving of intimidatie van omwonenden. De overlast moet ernstig en structureel zijn.

Wat kan de burgemeester?

De burgemeester kan een ‘gedragsaanwijzing’ opleggen. Dat houdt een verplichting in om het gedrag aan te passe n. Er kan daarbij ook een verbod worden opgelegd: bijvoorbeeld om bezoekers te ontvangen of een bepaalde bezoeker te ontvangen. Zo nodig legt de burgemeester een ‘last onder dwangsom’ op. Dat wil zeggen dat de bewoner een dwangsom moet betalen als de aanwijzing niet wordt nageleefd.

Kan dat nu al?

De wet is wel veranderd, maar gemeenten moeten eerst nog een eigen verordening vaststellen. Daarna moet de burgemeester beleidsregels vaststellen waarin duidelijk wordt gemaakt in welke gevallen de burgemeester de nieuwe bevoegdheden gaat gebruiken. De verwachting is, dat de meeste gemeenten dit wel gaan doen, in elk geval de grote steden.

Wat kan ik doen als mijn buurman overlast geeft?

Als u ernstige en structurele overlast hebt van uw buren, en praten helpt niet meer, kunt u verschillende dingen doen. Om te beginnen kunt u natuurlijk melding maken bij de politie, en eventueel bemiddeling via de wijkagent vragen. In veel gemeenten zijn ook buurtbemiddelaars actief. Dat zijn vaak organisaties van vrijwilligers die getraind zijn om te bemiddelen bij conflicten tussen buren. (Zie bijvoorbeeld hier voor een buurtbemiddelingsbureau in Rotterdam) Als bemiddeling ook niet meer helpt, kunt zou u een aanvraag kunnen indienen bij de gemeente om een gedragsaanwijzing op te leggen op grond van de wet aanpak woonoverlast. Daarvoor is wel vereist dat de gemeente de hierboven beschreven stappen heeft gezet van verordening en beleidsregels. Tegen een afwijzing van uw aanvraag kunt u bezwaar maken binnen zes weken na verzending van de beslissing.

Wat kan ik nog meer doen?

Als u en uw buren van dezelfde verhuurder de woning huren, kunt u ook van uw verhuurder verlangen dat hij ingrijpt. Uw verhuurder is namelijk verplicht om u het ‘rustig woongenot’ van de woning te verschaffen. Bij overlast kan de verhuurder de overlastgever aanspreken, omdat deze zich dan niet gedraagt als een goed huurder.

De laatste mogelijkheid is dat u naar de civiele rechter stapt en vraagt aan de rechter om uw buren te verbieden nog overlast te veroorzaken. De rechter kan daar ook een dwangsom aan verbinden. Dit is echt een laatste redmiddel, want in die situatie rust de hele bewijslast op u. Ook als u een gunstig vonnis krijgt, moet een deurwaarder daarna kunnen vaststellen dat uw buren het vonnis niet naleven, omdat zij anders de dwangsom niet verbeuren. Het is daarom maar de vraag of dit een oplossing biedt.

Erwin Dingenouts en Merijn de Jong kunnen u zowel helpen met een bezwaarzaak tegen een weigering van de gemeente of verhuurder om uw buren aan te pakken, als met een eventuele civiele procedure. Neemt u contact op met een van hen voor het bespreken van de mogelijkheden.
door Erwin Dingenouts 19 jul, 2017

Vaak is de zaak dan in het verre verleden voor de rechter geweest. Die heeft een verstekvonnis uitgesproken (waarbij de gedaagde dus niet is verschenen in de procedure en geen verweer heeft gevoerd). Maar het is de schuldeiser daarna niet gelukt om de hele vordering te incasseren.. Het gebeurt dan ook wel, dat de vordering daarna wordt overgenomen door een opkoper. Die opkoper heeft dan een incassobureau of deurwaarderskantoor op de zaak gezet om het vonnis weer actief te gaan incasseren nadat dat vele jaren op de plank heeft gelegen. De laatste tijd zien wij weer dat Schuman Incasso & Gerechtsdeurwaarders hierbij geregeld betrokken is.

 

In beginsel is er uiteraard niks mis met het incasseren van een toegewezen verstekvonnis. U dient er echter wel op te letten dat wanneer u alsnog inhoudelijk verweer wilt voeren tegen de vordering, u dan tijdig in verzet moet gaan. Dat kan alleen maar door een dagvaarding te laten uitbrengen. De verzettermijn is nu 4 weken, maar bij vonnissen van voor 1 januari 2002 is de verzettermijn slechts 14 dagen!

 

Wanneer u te maken krijgt met een eerste brief of ambtelijk stuk van een deurwaarder na vele jaren, is het doorgaans verstandig om NIET direct te reageren, maar eerst rechtshulp te zoeken. Door te reageren zult u namelijk de verzettermijn van 14 dagen laten beginnen, als deze nog niet is gestart.

 

Wanneer het vonnis ouder is dan 20 jaar kan het recht het te incasseren verjaard zijn. Dat is met name het geval wanneer geen schriftelijke meldingen zijn verstuurd vanuit de schuldeiser waaruit blijkt dat zij betaling van de vordering wenst. Â Vaak is na het verloop van vele jaren het rentedeel van de vordering hoog opgelopen. Wanneer er sprake is van (contractuele) rente geldt in beginsel een verjaringstermijn voor die rente van 5 jaar. Als het vonnis (deels) verjaard is of andere kosten worden gevorderd waar geen recht op bestaat, kan sprake zijn van een onrechtmatige executie van het vonnis.

 

Wanneer u advies nodig hebt over dit soort situaties, kunt u contact opnemen met Merijn de Jong of Erwin Dingenouts .

 

Meer posts
Share by: