Contracten- en consumentenrecht


Contracten- en consumentenrecht

Het algemene overeenkomstenrecht en verbintenissenrecht is zeer divers. Merijn de Jong en Erwin Dingenouts behandelen veel zaken op dit rechtsterrein. Het gaat dan bijvoorbeeld om koopovereenkomsten (woningen, auto’s etc), bank- en kredietovereenkomsten, opdrachtovereenkomsten, geneeskundige behandelovereenkomsten, borgtochtovereenkomsten, bruikleenovereenkomsten, etc. Ook slachtoffers van bijvoorbeeld identiteitsfraude worden door De Jong en Dingenouts bijgestaan.

Een onderdeel van het overeenkomstenrecht is het consumentenrecht. De consument wordt in diverse wetgeving beschermd tegen (het handelen van) bedrijven. 

Hebt u problemen met bijvoorbeeld een verkoper, een energiebedrijf, een telefoniebedrijf of een aannemer, dan kunt u de hulp van De Jong of Dingenouts inroepen.

Buiten het verbintenissenrecht valt het procederen over een door een bestuursorgaan uitgevaardigd dwangbevel. De verzetsprocedure tegen een dwangbevel wordt gevoerd bij de civiele rechter. Dergelijke procedures voeren De Jong en Dingenouts ook. Dat geldt ook voor kort gedingen en executiegeschillen. Executiegeschillen betreffen procedures over de (wijze van) ten uitvoerlegging van een titel, meestal een rechterlijke uitspraak.

Nieuws en ontwikkelingen

Nieuws

door Erwin Dingenouts 24 nov, 2017

De Hoge Raad heeft inmiddels uitspraak gedaan over het onderwerp van annuleringskosten bij opzeggen van de onderwijsovereenkomst. Wij hebben over dit onderwerp eerder een stukje geschreven op onze website ( hier ).

 

In dit geval had het Gerechtshof, na de kantonrechter, bepaald dat het annuleringsbeding onredelijk was. Dat bepaalde dat het gehele lesgeld ‘gewoon’ verschuldigd was, ondanks voortijdige beëindiging van het contract. Die voorwaarde is onredelijk volgens de kantonrechter en het Gerechtshof, zodat de cursist alleen het bedrag moest vergoeden voor de lessen tot de opzegging. Over de periode na opzegging hoeft hij geen kosten te betalen. Het teveel betaalde moet de onderwijsinstelling dus terugbetalen.

 

De Hoge Raad heeft op 27 oktober 2017 geoordeeld dat het Gerechtshof dit goed heeft gezien en bevestigt in deze uitspraak dat dit soort les-/onderwijs-/cursusovereenkomsten inderdaad als opdrachtovereenkomst gezien moeten worden.

door Erwin Dingenouts 19 jul, 2017

Vaak is de zaak dan in het verre verleden voor de rechter geweest. Die heeft een verstekvonnis uitgesproken (waarbij de gedaagde dus niet is verschenen in de procedure en geen verweer heeft gevoerd). Maar het is de schuldeiser daarna niet gelukt om de hele vordering te incasseren.. Het gebeurt dan ook wel, dat de vordering daarna wordt overgenomen door een opkoper. Die opkoper heeft dan een incassobureau of deurwaarderskantoor op de zaak gezet om het vonnis weer actief te gaan incasseren nadat dat vele jaren op de plank heeft gelegen. De laatste tijd zien wij weer dat Schuman Incasso & Gerechtsdeurwaarders hierbij geregeld betrokken is.

 

In beginsel is er uiteraard niks mis met het incasseren van een toegewezen verstekvonnis. U dient er echter wel op te letten dat wanneer u alsnog inhoudelijk verweer wilt voeren tegen de vordering, u dan tijdig in verzet moet gaan. Dat kan alleen maar door een dagvaarding te laten uitbrengen. De verzettermijn is nu 4 weken, maar bij vonnissen van voor 1 januari 2002 is de verzettermijn slechts 14 dagen!

 

Wanneer u te maken krijgt met een eerste brief of ambtelijk stuk van een deurwaarder na vele jaren, is het doorgaans verstandig om NIET direct te reageren, maar eerst rechtshulp te zoeken. Door te reageren zult u namelijk de verzettermijn van 14 dagen laten beginnen, als deze nog niet is gestart.

 

Wanneer het vonnis ouder is dan 20 jaar kan het recht het te incasseren verjaard zijn. Dat is met name het geval wanneer geen schriftelijke meldingen zijn verstuurd vanuit de schuldeiser waaruit blijkt dat zij betaling van de vordering wenst. Â Vaak is na het verloop van vele jaren het rentedeel van de vordering hoog opgelopen. Wanneer er sprake is van (contractuele) rente geldt in beginsel een verjaringstermijn voor die rente van 5 jaar. Als het vonnis (deels) verjaard is of andere kosten worden gevorderd waar geen recht op bestaat, kan sprake zijn van een onrechtmatige executie van het vonnis.

 

Wanneer u advies nodig hebt over dit soort situaties, kunt u contact opnemen met Merijn de Jong of Erwin Dingenouts .

 

door Erwin Dingenouts 12 jul, 2017

Een bindend advies kon namelijk alleen door de rechter worden vernietigd, als de inhoud of de manier waarop deze tot stand was gekomen, door de rechter als onaanvaardbaar werd beschouwd. U kunt daarbij denken aan een ernstig gebrekkige motivering of schending van fundamentele beginselen van een behoorlijk procesrecht (zoals het beginsel van hoor- en wederhoor). Deze manier van toetsen door de rechter wordt ook wel ‘marginale toetsing’ genoemd.

Maar nu is dat anders. Als gevolg van een Europese richtlijn (de ADR-richtlijn) is er vanaf 9 juli 2015  voor de consument een mogelijkheid bijgekomen om een bindend advies op inhoudelijke gronden door de rechter te laten vernietigen. Kort samengevat komt dat argument erop neer dat de geschillencommissie niet voorbij mag gaan aan ‘dwingend’ consumentenrecht ten nadele van de consument. Dwingend recht wil zeggen dat je in een contract daarvan niet kunt afwijken. Er is bij consumenten op veel onderdelen sprake van dwingend recht, bijvoorbeeld:  

·      informatieverstrekking,

·      contractsluiting,

·      te leveren kwaliteit,

·      ontbinding overeenkomst.

Op al dit soort punten is er dus een kans dat u met succes naar de rechter kunt om het bindend advies aan te vechten.

U kunt Merijn de Jong en Erwin Dingenouts vragen om advies en rechtsbijstandverlening inzake vernietiging van een bindend advies. Indien u een rechtsbijstandverzekering hebt die het geschil dekt, bent u vrij in het kiezen van uw advocaat die dan door uw verzekeraar betaald zal moeten worden (zie voor meer informatie daarover hier ).

door Erwin Dingenouts 15 jun, 2017

Als een student een opleiding of cursus volgt en deze – om welke reden dan ook – voortijdig beëindigt, wil het opleidingsinstituut meestal dat het volledige lesgeld alsnog betaald wordt, of weigert zij het vooruit betaalde lesgeld terug te betalen. Dit met een beroep op de algemene voorwaarden waarin dit is opgenomen.

 

In de rechtspraak is uitgemaakt dat een onderwijsovereenkomst een overeenkomst van opdracht is. Dat soort overeenkomsten kan de opdrachtgever (in dit geval de student) altijd opzeggen. De student hoeft daarbij geen schadevergoeding te betalen maar hoeft in beginsel alleen loon te betalen voor al geleverde diensten.

 

In dit soort situaties kan de consument/ex-student dus vaak kansrijk verweer voeren of zelfs geld terug vorderen.

Hoewel de rechter in veel gevallen uit eigen beweging moet onderzoeken of de algemene voorwaarden (on)geldig zijn, is het zeker van nut om in een dergelijke procedure door een deskundige advocaat te worden bijgestaan. Dan kan de uitspraak voor de student zelfs nog gunstiger uitvallen, zoals bijvoorbeeld in de uitspraak van de kantonrechter Rotterdam van 21 oktober 2016 waarbij de vordering van NCOI grotendeels werd afgewezen.


Voor advies of rechtsbijstand kunt u altijd contact opnemen met Merijn de Jong en Erwin Dingenouts

Voor een update n.a.v. een Hoge Raad uitspraak verwijzen wij u naar deze pagina
door Merijn de Jong 01 mei, 2017

Hebt u een mobiele telefoon met een abonnement voor een vaste periode (meestal 1 of 2 jaar), en heeft uw telefoonmaatschappij geen duidelijke koopprijs voor uw toestel in het contract vermeld? Dan kunt u de aanschaf van het toestel gemakkelijk ongedaan maken. U schrijft een brief waarin u de koopovereenkomst en de kredietovereenkomst (want dat zijn het) vernietigt en u vordert het deel van het abonnementsgeld dat was bedoeld voor aanschaf van de telefoon, terug van de telefoonmaatschappij. Als de maatschappij daarom vraagt, moet u wel het toestel teruggeven. Maar dat mag in de staat waarin het zich bevindt, en voor het gebruik bent u geen vergoeding verschuldigd. Wel moet u zorgvuldig met het toestel omgaan en moet u de belkosten betalen. Bewaart u het toestel dus goed. Deze recente ontwikkelingen in de rechtspraak bieden u ook goede argumenten voor het voeren van verweer tegen geldvorderingen op u van telefoniebedrijven. 


Dit alles heeft de Hoge Raad onlangs uitgemaakt. In zijn  uitspraak  van 12 februari 2016 moest de Hoge Raad zich uitlaten over een aantal vragen van een kantonrechter. Die had een zaak onder zich over een telefoonovereenkomst van een consument met KPN. Daarbij was een zogenaamde 'all in'-prijs afgesproken. Dat wil zeggen dat de consument een maandelijks bedrag betaalde voor de telefoon, het abonnement, en een aantal belminuten. In de meeste contracten van grote aanbieders zoals KPN, Vodafone, Telfort, T-mobile, Tele2 etc, is dat zo geregeld. Er staat geen aparte koopprijs voor de telefoon in het contract.

De Hoge Raad heeft nu bepaald dat zo'n all in-prijs in strijd is met de wet. Als consument kun je bij een all in-prijs de overeenkomst vernietigen, althans voor zover dat ziet op de aanschaf van het telefoontoestel. Dat kan zonder dat de rechter eraan te pas komt, gewoon door een brief te sturen. Het is wel verstandig om dat aangetekend te doen.

Het ligt voor de hand dat de meeste telefoonaanbieders na deze uitspraak de contracten veel zorgvuldiger zullen gaan opstellen. Ze moeten de aanschafprijs en de overige kosten waarvoor u betaalt, duidelijk specificeren. Maar als u nog een contract hebt waarbij dat allemaal niet het geval is, kunt u dus heel goedkoop van uw abonnement af.

De Hoge Raad had al eerder, in een  uitspraak  van 13 juni 2014 bepaald dat dit soort abonnementen, waarbij de consument een 'gratis' telefoon erbij krijgt, zijn aan te merken als 'koop op afbetaling' en een kredietovereenkomst. U krijgt immers een duur toestel mee, waarvoor u niet meteen de volle koopprijs hoeft te betalen. In het abonnementsgeld zit een bedrag voor aanschaf van de telefoon inbegrepen. De telefoonmaatschappij is wettelijk verplicht dat te specificeren.

Maar stel dat u de overeenkomst vernietigt, en de al betaalde bedragen terugvordert die zien op de aanschaf van de telefoon, op hoeveel geld hebt u dan recht? De Hoge Raad spreekt zich niet uit over de vraag hoe de consument zijn vordering op dit punt vorm zou kunnen geven. Het lijkt echter logisch om in eerste instantie aan te sluiten bij de normale verkoopprijs van de telefoon, zonder abonnement. 

Een voorbeeld. Stel u hebt 6 maanden geleden een abonnement afgesloten bij een telefoonmaatschappij waarbij u een smartphone krijgt met een normale verkoopwaarde van 500 euro. Het abonnementsgeld dat u elke maand moet betalen is 40 euro en contractperiode is twee jaar. Voor het toestel hoeft u niets extra's te betalen. Het totale bedrag dat de maatschappij van u zal krijgen als u de contractperiode van twee jaar helemaal vol maakt, is dus 24 x 40 euro, dus 960 euro. Ongeveer 500 euro daarvan zal bedoeld zijn als betaling voor de telefoon. De overige 460 euro betaalt u voor de nummeraansluiting, de belminuten, eventuele internetaansluiting, service, etc. U hebt intussen 1/4e deel van het contract vol gemaakt, en 6 x 40 euro, dus 240 euro aan de maatschappij betaalt. 125 euro daarvan (1/4e van de koopprijs) kunt u nu terugvorderen van de telefoonmaatschappij. Als deze met goede argumenten komt waarom de aanschafprijs bij een abonnement lager zou zijn, kan dat anders uitpakken, maar volgens ons is dit een goede insteek.

Twijfelt u of uw contact onder deze rechtspraak valt, of gaat de telefoonaanbieder niet akkoord met uw brief waarin u de overeenkomst vernietigt? Neemt u dan contact op met Merijn de Jong of Erwin Dingenouts. Als de telefoonmaatschappij al een rechtszaak tegen u is begonnen omdat u een of meer betalingen niet hebt gedaan, neemt u dan in ieder geval contact met ons op. Er valt in dit soort zaken vaak op veel punten een goed juridisch verweer te voeren.
door Merijn de Jong 04 sep, 2016

Een vreemdeling uit het voormalig Joegoslavië procedeert jaren lang voor een verblijfsvergunning. In een aantal van deze procedures wordt hij bijstaan door een rechtskundig adviseur (geen advocaat), die hem in totaal ongeveer € 4.000,-- in rekening brengt voor rechtshulp. Deze adviseur maakt echter ernstige fouten. Zo laat hij een beroepstermijn verstrijken zonder beroep in te dienen, waardoor een beslissing van de IND niet meer kan worden aangevochten. Verder brengt hij te hoge bedragen in rekening voor een beperkt aantal handelingen. De vreemdeling is niet tevreden en vraagt zijn geld terug, maar dat wil de adviseur niet terug betalen.

Merijn de Jong schrijft een brief aan de adviseur waarin hij terugbetaling eist, maar dat helpt niet. Vervolgens dagvaardt De Jong de adviseur voor de kantonrechter. Deze oordeelt dat de adviseur geen recht heeft op € 4.000,--, maar dat hij slechts € 1.500,-- in rekening had mogen brengen. Het verschil moet de adviseur terugbetalen.

De uitspraak van de rechter vindt u hier.

door Merijn de Jong 20 apr, 2016

Een jongen van 16 jaar schrijft zich online in voor een opleiding HBO Logistiek Management. De facturen betaalt hij echter niet en hij maakt ook geen aanstalten de opleiding ook echt te gaan volgen. Het opleidingsinstituut dagvaardt de vader en vordert de lesgelden van hem, omdat de jongen minderjarig is.

Merijn de Jong voert in een verzetprocedure verweer namens de vader tegen de vordering. Hij brengt een aantal verweren naar voren, waaronder het argument dat de toestemming van de vader ontbrak bij het aangaan van de onderwijsovereenkomst. Omdat het gaat om een dure opleiding, mocht het opleidingsinstituut niet zonder uitdrukkelijke toestemming van een van de ouders deze overeenkomst aangaan. De Jong vernietigt namens de vader de overeenkomst.

De kantonrechter vindt dat ook. De zoon was onbekwaam om zich zonder toestemming van zijn ouders in te schrijven en de vader mocht zich op vernietiging van de overeenkomst beroepen. De vorderingen van het opleidingsinstituut worden afgewezen.

De uitspraak van de rechter vindt u hier.


Share by: