Marianne Wiersma


mr. M. Wiersma

Marianne Wiersma is afgestudeerd in filosofie en rechten aan de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2004 is zij advocaat. Zij is gespecialiseerd in het reguliere vreemdelingenrecht, het migratierechtelijke sociale zekerheidsrecht (o.a. Koppelingswet), het bestuursrechtelijke boeterecht en het ambtenarenrecht. Zij is lid van de Specialisten Vereniging Migratierecht Advocaten (SVMA), de VAR - Vereniging voor Bestuursrecht, de Vereniging voor Wijsbegeerte van het Recht en het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). Zij doceert bij de Stichting Migratierecht Nederland en de SVMA.

De vreemdelingenzaken die zij behandelt gaan onder meer over het door de IND gestelde inkomensvereiste, over de intrekking en weigering van verlenging van verblijfsvergunningen (bijvoorbeeld op grond van het niet langer voldoen aan de inkomenseis, of op grond van gestelde openbare orde-schendingen of op grond van het verstrekken van onjuiste gegevens), over verblijf van kennismigranten en ondernemers, over boetes op grond van de Wet arbeid vreemdelingen en de Wet inburgering, over naturalisatie en over vreemdelingenbewaring. In vrijwel al deze zaken speelt het recht van de Europese Unie, dat in veel gevallen meer mogelijkheden biedt dan het nationale recht, een belangrijke rol. Het gaat dan in het bijzonder om de Gezinsherenigingsrichtlijn 2003/86/EG, de Unieburgersrichtlijn 2004/38/EG, de Terugkeerrichtlijn 2008/115, de Langdurig ingezetenenrichtlijn 2003/109/EG en het Handvest van de grondrechten van de EU. Ook het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) biedt in voorkomende gevallen soelaas.
Direct telefoonnummer: 010-2614081

Nieuws en artikelen van Marianne Wiersma

Nieuws

door Marianne Wiersma 27 sep, 2017
Op 26 september 2017 werd Marianne Wiersma door RTL Nieuws geinterviewd over de boetes die soms worden gegeven als te laat is ingeburgerd. 
door Marianne Wiersma 28 mrt, 2017

Bij brief van 23 februari 2017 aan de Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie meegedeeld de inkomenseis voor gezinshereniging te zullen versoepelen. Referenten die niet beschikken over een arbeidscontract dat op het moment van de aanvraag om gezinshereniging nog ten minste een jaar geldig is, kunnen voortaan ook aan het inkomensvereiste voldoen als zij in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoende hebben verdiend en nog voor ten minste een half jaar werk hebben. Voor referenten met een arbeidscontract van korter dan een jaar en enig arbeidsverleden is dit een belangrijke vooruitgang.

Terugkijktermijn 1 jaar / 3 jaar
De nieuwe terugkijktermijn van één jaar is een aanvulling op de terugkijktermijn van drie jaar van artikel 3.75 lid 3 Vreemdelingenbesluit 2000 en zal niet alleen van toepassing zijn bij gezinshereniging, maar ook in andere situaties waarin een vreemdeling aan het inkomensvereiste dient te voldoen.

De aangekondigde wijziging is inmiddels vastgelegd in het nieuwe artikel 3.24b Voorschrift Vreemdelingen :

"In aanvulling op artikel 3.75, eerste lid, van het Besluit, zijn in het kader van verblijf als familie- of gezinslid middelen van bestaan verkregen uit arbeid in loondienst eveneens duurzaam, indien op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven een aaneengesloten periode van een jaar voldoende middelen van bestaan uit arbeid in loondienst zijn verworven en de middelen van bestaan nog zes maanden beschikbaar zijn."

Arrest Khachab
De versoepeling van het inkomensvereiste is een rechtstreeks gevolg van het arrest Khachab van het Hof van Justitie EU van 6 juli 2016 (C-558/14, JV 2016/171 nt M. Wiersma, ECLI:EU:C:2016:285) en de daarop volgende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 juli 2016, 201504802/1/V3, JV 2016/226 en 21 september 2016 (201504802/1/V1, JV 2016/289 nt M. Wiersma, ECLI:NL:RVS:2016:2588).

Ruimhartige interpretatie nieuwe regel vereist
Problematisch aan de nieuwe regeling is dat het inkomen nog voor zes maanden beschikbaar dient te zijn. Referenten met een uitzend- of nulurencontract voldoen in beginsel niet aan deze voorwaarde omdat zij niet over een urengarantie beschikken. Zij vallen dan weer terug op artikel 3.75 lid 3 Vreemdelingenbesluit, dat de eis dat het inkomen nog zes maanden beschikbaar is niet (meer) kent. Maar over de uitleg van de woorden “beschikbaar zijn” zal het laatste woord nog niet zijn gezegd. Bij een ruimhartige interpretatie - vereist op grond van niet alleen het arrest Khachab maar ook het arrest Chakroun (HvJEU 4 april 2010, C-578/08, JV 2010/177 nt C.A. Groenendijk) - kan ook het inkomen van flexwerkers met een arbeidscontract zonder urengarantie dat nog zes maanden geldig is als "beschikbaar" gelden.

Inkomenseis terugkerende expats
In de brief van 23 februari 2017 aan de Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris ook toegezegd het middelenvereiste voor terugkerende expats te versoepelen. De positie van een Nederlandse expat die geen arbeidsovereenkomst van minstens één jaar heeft, zal aan de hand van individuele omstandigheden worden beoordeeld. Omdat de Nederlandse expat wellicht niet goed op de hoogte is van de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk bij deze beoordeling, belooft de Staatssecretaris gerichtere voorlichting te zullen geven.

Marianne Wiersma , advocaat

wiersma@inigo.nl

 


Share by: