Inkomenseis eindelijk soepeler

  • door Marianne Wiersma
  • 28 mrt, 2017

Terugkijktermijn flexibel inkomen wordt 1 jaar

Bij brief van 23 februari 2017 aan de Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie meegedeeld de inkomenseis voor gezinshereniging te zullen versoepelen. Referenten die niet beschikken over een arbeidscontract dat op het moment van de aanvraag om gezinshereniging nog ten minste een jaar geldig is, kunnen voortaan ook aan het inkomensvereiste voldoen als zij in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoende hebben verdiend en nog voor ten minste een half jaar werk hebben. Voor referenten met een arbeidscontract van korter dan een jaar en enig arbeidsverleden is dit een belangrijke vooruitgang.

Terugkijktermijn 1 jaar / 3 jaar
De nieuwe terugkijktermijn van één jaar is een aanvulling op de terugkijktermijn van drie jaar van artikel 3.75 lid 3 Vreemdelingenbesluit 2000 en zal niet alleen van toepassing zijn bij gezinshereniging, maar ook in andere situaties waarin een vreemdeling aan het inkomensvereiste dient te voldoen.

De aangekondigde wijziging is inmiddels vastgelegd in het nieuwe artikel 3.24b Voorschrift Vreemdelingen :

"In aanvulling op artikel 3.75, eerste lid, van het Besluit, zijn in het kader van verblijf als familie- of gezinslid middelen van bestaan verkregen uit arbeid in loondienst eveneens duurzaam, indien op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven een aaneengesloten periode van een jaar voldoende middelen van bestaan uit arbeid in loondienst zijn verworven en de middelen van bestaan nog zes maanden beschikbaar zijn."

Arrest Khachab
De versoepeling van het inkomensvereiste is een rechtstreeks gevolg van het arrest Khachab van het Hof van Justitie EU van 6 juli 2016 (C-558/14, JV 2016/171 nt M. Wiersma, ECLI:EU:C:2016:285) en de daarop volgende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 juli 2016, 201504802/1/V3, JV 2016/226 en 21 september 2016 (201504802/1/V1, JV 2016/289 nt M. Wiersma, ECLI:NL:RVS:2016:2588).

Ruimhartige interpretatie nieuwe regel vereist
Problematisch aan de nieuwe regeling is dat het inkomen nog voor zes maanden beschikbaar dient te zijn. Referenten met een uitzend- of nulurencontract voldoen in beginsel niet aan deze voorwaarde omdat zij niet over een urengarantie beschikken. Zij vallen dan weer terug op artikel 3.75 lid 3 Vreemdelingenbesluit, dat de eis dat het inkomen nog zes maanden beschikbaar is niet (meer) kent. Maar over de uitleg van de woorden “beschikbaar zijn” zal het laatste woord nog niet zijn gezegd. Bij een ruimhartige interpretatie - vereist op grond van niet alleen het arrest Khachab maar ook het arrest Chakroun (HvJEU 4 april 2010, C-578/08, JV 2010/177 nt C.A. Groenendijk) - kan ook het inkomen van flexwerkers met een arbeidscontract zonder urengarantie dat nog zes maanden geldig is als "beschikbaar" gelden.

Inkomenseis terugkerende expats
In de brief van 23 februari 2017 aan de Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris ook toegezegd het middelenvereiste voor terugkerende expats te versoepelen. De positie van een Nederlandse expat die geen arbeidsovereenkomst van minstens één jaar heeft, zal aan de hand van individuele omstandigheden worden beoordeeld. Omdat de Nederlandse expat wellicht niet goed op de hoogte is van de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk bij deze beoordeling, belooft de Staatssecretaris gerichtere voorlichting te zullen geven.

Marianne Wiersma , advocaat

wiersma@inigo.nl

 

Nieuws

door Merijn de Jong 11 mei, 2017
We hebben er een paar jaar op moeten wachten, maar eindelijk is er meer duidelijkheid over de positie van buitenlandse ouders van Nederlandse kinderen. Op 10 mei 2017 deed het Hof van Justitie EU een baanbrekende uitspraak in de zaak Chavez-Vilchez en 7 andere moeders van buiten de Europese Unie, die allemaal een Nederlands kind hebben. In deze 8 zaken zorgt de moeder in hoofdzaak voor het kind, en is de Nederlandse vader min of meer nog bij het kind betrokken. De ouders leven gescheiden.

Terug naar het begin


Wat betekent deze uitspraak? We moeten even terug naar waar het allemaal begon. Op 8 maart 2011 verraste het Hof van Justitie met de uitspraak inzake Ruiz Zambrano. Twee Colombiaanse ouders kregen een kind in België. Omdat zij het kind niet hadden ingeschreven bij de ambassade van hun eigen land, kreeg het kind uiteindelijk de Belgische nationaliteit. De ouders, die geen legaal verblijf hadden in België, stelden het volgende. Als zij zouden moeten terugkeren naar Colombia, zou hun Belgische kind feitelijk worden gedwongen om België te verlaten. En niet alleen België, maar de hele Europese Unie. En dat, zei het Hof, is in strijd met het oprichtingsverdrag van de EU. Immers, een EU-burger moet zijn EU-rechten kunnen uitoefenen. Langs die weg konden de ouders dus, vanwege het belang van hun kind, hun verblijf legaliseren.

Veel rechtspraak

De uitspraak inzake Zambrano leidde in Nederland tot veel nieuwe vragen en dus rechtspraak. De situatie dat twee ouders geen EU-burgers zijn en toch een Nederlands kind hebben, komt in Nederland waarschijnlijk bijna niet voor. Des te meer kennen we echter de situatie, waarin een burger van buiten de EU een kind krijgt met een Nederlandse man of vrouw, terwijl er geen vaste relatie is of waarna de relatie verbreekt. De verzorgende ouder – in de praktijk blijkt dat vaak de moeder te zijn – heeft dan dus alleen of in hoofdzaak de zorg voor een Nederlands kind. Moet deze moeder uit Nederland vertrekken, dan moet het kind mee. De vader wil of kan er vaak niet voor zorgen.

De rol van de vader

Hoe moesten we deze situatie nu vergelijken met die van Zambrano? De IND, daarin gesteund door de Raad van State, stelde zich op het standpunt dat alleen als het uitgesloten was dat de vader voor het kind zou kunnen zorgen, de moeder verblijf moest krijgen. Voorbeelden daarvan zijn als de vader is overleden, onvindbaar is, langdurig in detentie zit of is opgenomen in een psychiatrische kliniek. Een vader die – met hulp van instanties – voor een kind zou kunnen zorgen, zou dat ook moeten doen. Ook als die vader dat helemaal niet wil.

Wat zegt het Hof?

Het Hof van Justitie breekt dit strenge standpunt open met de uitspraak Chavez-Vilchez. Een paar dingen vallen extra op in deze uitspraak. Het Hof overweegt onder meer het volgende:
  • De vraag wie de verzorgende ouder is van het kind is belangrijk, maar niet de enig doorslaggevende factor. Voor de vraag of het kind feitelijk wordt gedwongen om de EU te verlaten, moeten alle van belang zijnde omstandigheden worden meegewogen, zoals
    1. de leeftijd van het kind,
    2. zijn lichamelijke en emotionele ontwikkeling,
    3. de mate van zijn affectieve relatie met de ouder die EU-onderdaan is alsook met de verzorgende ouder, en
    4. het risico dat voor het evenwicht van het kind zou ontstaan als het van de verzorgende ouder zou worden gescheiden.
  • Bij dit alles moet het belang van het kind voorop staan, en moet ook het recht op gezinsleven en familieleven worden meegewogen.
  • Nadat de vreemdeling die om verblijf vraagt, alle belangrijke informatie heeft aangeleverd, moet de IND ook zelf onderzoek gaan doen, onder andere om na te gaan waar de Nederlandse ouder verblijft.
  • Ook moet de IND nagaan of de Nederlandse ouder voor het kind kan en wil zorgen, omdat dit belangrijk is in de weging van belangen.

Correctie

Dit is een stevige correctie op het beleid van de IND. Waarom? Omdat het na deze uitspraak niet meer genoeg is voor de IND om te stellen dat de Nederlandse ouder mogelijk nog in beeld is. De IND zal zelf onderzoek moeten doen naar de Nederlandse ouder en vervolgens alle omstandigheden die het Hof heeft genoemd, moeten meewegen. Heel belangrijk daarbij is ook, dat als de Nederlandse ouder duidelijk niet voor zijn of haar kind wil zorgen, dat moet meewegen. Eerder hield de IND met de wil van de Nederlandse ouder helemaal geen rekening.

Beperkt

Het valt te verwachten dat de IND deze uitspraak – net als de Zambrano-uitspraak – zo beperkt mogelijk zal uitleggen. Zo zal de IND waarschijnlijk benadrukken dat het Hof nog steeds ruimte laat om een rol toe te bedelen aan de Nederlandse ouder, ook al verzorgt die het kind niet. Met name bij baby’s of juist bij oudere tieners zal de IND mogelijk beweren dat het verleggen van de zorg weinig emotionele impact zal hebben op het kind, en dat het gezinsleven met de tot dan toe verzorgende ouder kan worden uitgeoefend met ‘moderne communicatiemiddelen’.

Toch is het na deze uitspraak duidelijk dat het huidige beleid niet meer volstaat. Het moet soepeler, en met deze uitspraak in de hand hebben we een nieuw stuk gereedschap om de toegangsdeur tot Nederland voor verzorgende ouders van Nederlandse kinderen verder open te wrikken.

Meer informatie over deze uitspraak is ook te vinden in het interessante (Engelstalig) commentaar van prof. Steve Peers op deze uitspraak.
door Julien Luscuere 30 apr, 2017
Op 26 april 2017 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de nieuwe wettelijke bepaling, die het mogelijk maakt om een vreemdeling vijf jaar te weren als deze eerder gebruik heeft gemaakt van onjuiste of onvolledige gegevens,  in strijd is met de Gezinsherenigingsrichtlijn. In die richtlijn is wel een mogelijkheid opgenomen voor de lidstaat om een vergunning te weigeren of in te trekken bij 'fraude' maar die voorziet niet in het weigeren van toekomstige aanvragen als wél aan alle voorwaarden is voldaan en er geen sprake is van fraude.

Casablanca

In de film Casablanca (1942) probeert Ilsa, gespeeld door Ingrid Bergman, met haar echtgenoot een visum te krijgen om vanuit de Marokkaanse havenstad naar Amerika te vluchten. Ze ontmoet echter een oude geliefde Rick, gespeeld door Humphrey Bogart. Het  confronteert haar dat ze naar beide mannen niet eerlijk is geweest. Maar heeft zij niet vooral zichzelf bedrogen..?

Deze klassieker is dan al 75 jaar oud, maar het thema over liefde, grenzen en bedrog heeft niets aan actualiteit ingeboet. Alleen zijn het spel en de regels nu anders, en ook de belangen. In 2006 wenste de toenmalige Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie, Rita Verdonk, vreemdelingen harder aan te pakken die door fraude of bedrog een verblijfsvergunning hadden gekregen. Niet alleen moest die vergunning worden ingetrokken, maar ook moest de kwaadwillige worden geweerd van een toekomstig verblijfsrecht. Het duurde zeven jaar voor die bepaling in de Vreemdelingenwet werd ingevoerd. Niet omdat het parlement er lang over moest vergaderen, maar omdat deze in andere nieuwe wetgeving, de Wet 'Modern Migratiebeleid', moest worden ingepast.

Onjuiste en achterhouden gegevens

De sanctie op 'fraude' werd uiteindelijk op 1 juni 2013 ingevoerd met art. 16, eerste lid, onder i, Vreemdelingenwet :
  • De aanvraag voor een verblijfsvergunning kan worden afgewezen als: [...] de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van een eerdere aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een visum of een verblijfsvergunning hebben geleid of zouden hebben geleid;
De nieuwe bepaling is bijna gekopieerd vanuit artikel 18, eerste lid, onder c,  Vreemdelingenwet, waarbij de verleende vergunning weer kan worden ingetrokken als onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt. Dat lijkt consequent, maar de wetgever vergat dat er juridisch een groot verschil bestaat tussen het repareren van een situatie die niet zo had mogen zijn, of het later straffen van een persoon nadat die fout was ontdekt en hersteld.

Bij het eerste is niet van belang of iemand bewust heeft gefraudeerd,of zelfs maar enige kennis had van de fout. Het gaat er namelijk om dat de overheid op het verkeerde been stond en iets heeft gedaan wat niet de bedoeling was. Bij de nieuwe bepaling wil de overheid later de vreemdeling vijf jaar lang een vergunning weigeren vanwege die eerdere fout. Zelfs als hij of zij geen verwijt kon worden gemaakt, en zelfs als de nieuwe aanvraag wel 100%  in orde is.

Gezinsherenigingsrichtlijn

Die consequentie vindt de Raad van State veel te ver gaan in zijn nieuwste uitspraak. Daarbij verwijst de hoogste bestuursrechter naar artikel 16, tweede lid, onder a, van de Gezinsherenigingsrichtlijn waarin wel staat dat fraude kan leiden tot afwijzing of intrekking, maar niet dat  gezinshereniging in de toekomst weer mag worden geweigerd, zelfs als dan wel aan voorwaarden wordt voldaan.

Met de richtlijn uit 2003 hebben bijna alle Europese lidstaten, behalve Denemarken en het VK, afgesproken dat gezinshereniging tegen dezelfde minimale voorwaarden mogelijk moet zijn. Dat voorkomt dat er teveel verschillen ontstaan in het toelatingsbeleid van de lidstaten. Maar de richtlijn probeert ook gezinshereniging als een belangrijk recht toe te kennen aan mensen van buiten de Europese Unie, die daar al rechtmatig wonen.

Minimumnormen

Heel lang heeft Nederland gedaan  alsof onze regelgeving al helemaal aan die minimumnormen voldoet. Maar de afgelopen twaalf jaar is duidelijk geworden dat dit voor veel onderwerpen helemaal niet het geval is. Zo waren de inkomenseisen veel te streng, wat langzaam door uitspraken van rechters tot versoepeling heeft geleid. Ook de inburgeringsvoorwaarden zijn wat flexibeler geworden. Het bestraffen van vreemdeling voor eerdere fouten is, bij gezinshereniging, nu dus ook van de baan. Het wachten is op een uitspraak in een zaak waar de vergunning is afgewezen vanwege een (klein of oud) strafblad van de vreemdeling. Ook daar is de verwachting dat het snoeiharde beleid niet in stand kan blijven bij gezinshereniging.

Omgekeerde discriminatie

Een andere belangrijke winst van al deze uitspraken is dat de omgekeerde discriminatie van Nederlanders nu definitief een halt lijkt te zijn toegeroepen, en zij over dezelfde rechten beschikken als derdelanders die hun partner of kind naar Nederland willen laten komen. Het lijkt bizar, maar daar waar de Gezinsherenigingsrichtlijn minder streng was dan de Nederlandse regelgeving, bleef de IND Nederlanders uitsluiten van de werkingssfeer. Of te wel: zij hadden geen recht op die mooie Europese minimumnormen. Juridisch klopt dat als een bus. Maar voor de politiek was dit een ongemakkelijke waarheid die men liever toedekte.

Omdat het overgrote gedeelte van de zaken wel Nederlanders betrof, is de richtlijn heel lang als irrelevant buiten de juridische discussie gehouden. De achterstelling van eigen onderdanen kon echter politiek niet langer worden volgehouden toen bleek dat de richtlijn wel degelijk soepeler is dan de Nederlandse regels. De toenmalige staatssecretaris Fred Teeven erkende dat in oktober 2014. Om die reden heeft de Raad van State eind 2014 de knoop zelf doorgehakt en de richtlijn ook op Nederlanders toegepast hoewel die strikt genomen daar niet onder vallen.

En nu?

De uitspraak van de Afdeling is ook een signaal dat eenvoudig politiek wensdenken voor een "harde aanpak" niet zomaar in even eenvoudige regels moet worden omgezet. Zoals de rechter vaststelt moet rekening worden gehouden met Europese regels. Een wachttijd invoeren buiten die minimumnormen om is in elk geval ongeschikt, oordeelt de Raad van State,  wanneer de vreemdeling op basis van gezinshereniging bij zijn partner wil worden toegelaten.


door Marianne Wiersma 28 mrt, 2017

Bij brief van 23 februari 2017 aan de Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie meegedeeld de inkomenseis voor gezinshereniging te zullen versoepelen. Referenten die niet beschikken over een arbeidscontract dat op het moment van de aanvraag om gezinshereniging nog ten minste een jaar geldig is, kunnen voortaan ook aan het inkomensvereiste voldoen als zij in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoende hebben verdiend en nog voor ten minste een half jaar werk hebben. Voor referenten met een arbeidscontract van korter dan een jaar en enig arbeidsverleden is dit een belangrijke vooruitgang.

Terugkijktermijn 1 jaar / 3 jaar
De nieuwe terugkijktermijn van één jaar is een aanvulling op de terugkijktermijn van drie jaar van artikel 3.75 lid 3 Vreemdelingenbesluit 2000 en zal niet alleen van toepassing zijn bij gezinshereniging, maar ook in andere situaties waarin een vreemdeling aan het inkomensvereiste dient te voldoen.

De aangekondigde wijziging is inmiddels vastgelegd in het nieuwe artikel 3.24b Voorschrift Vreemdelingen :

"In aanvulling op artikel 3.75, eerste lid, van het Besluit, zijn in het kader van verblijf als familie- of gezinslid middelen van bestaan verkregen uit arbeid in loondienst eveneens duurzaam, indien op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven een aaneengesloten periode van een jaar voldoende middelen van bestaan uit arbeid in loondienst zijn verworven en de middelen van bestaan nog zes maanden beschikbaar zijn."

Arrest Khachab
De versoepeling van het inkomensvereiste is een rechtstreeks gevolg van het arrest Khachab van het Hof van Justitie EU van 6 juli 2016 (C-558/14, JV 2016/171 nt M. Wiersma, ECLI:EU:C:2016:285) en de daarop volgende uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 juli 2016, 201504802/1/V3, JV 2016/226 en 21 september 2016 (201504802/1/V1, JV 2016/289 nt M. Wiersma, ECLI:NL:RVS:2016:2588).

Ruimhartige interpretatie nieuwe regel vereist
Problematisch aan de nieuwe regeling is dat het inkomen nog voor zes maanden beschikbaar dient te zijn. Referenten met een uitzend- of nulurencontract voldoen in beginsel niet aan deze voorwaarde omdat zij niet over een urengarantie beschikken. Zij vallen dan weer terug op artikel 3.75 lid 3 Vreemdelingenbesluit, dat de eis dat het inkomen nog zes maanden beschikbaar is niet (meer) kent. Maar over de uitleg van de woorden “beschikbaar zijn” zal het laatste woord nog niet zijn gezegd. Bij een ruimhartige interpretatie - vereist op grond van niet alleen het arrest Khachab maar ook het arrest Chakroun (HvJEU 4 april 2010, C-578/08, JV 2010/177 nt C.A. Groenendijk) - kan ook het inkomen van flexwerkers met een arbeidscontract zonder urengarantie dat nog zes maanden geldig is als "beschikbaar" gelden.

Inkomenseis terugkerende expats
In de brief van 23 februari 2017 aan de Tweede Kamer heeft de Staatssecretaris ook toegezegd het middelenvereiste voor terugkerende expats te versoepelen. De positie van een Nederlandse expat die geen arbeidsovereenkomst van minstens één jaar heeft, zal aan de hand van individuele omstandigheden worden beoordeeld. Omdat de Nederlandse expat wellicht niet goed op de hoogte is van de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk bij deze beoordeling, belooft de Staatssecretaris gerichtere voorlichting te zullen geven.

Marianne Wiersma , advocaat

wiersma@inigo.nl

 

door Julien Luscuere 05 mrt, 2017
Op 11 november 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zich uitgesproken o ver de vraag of Japanners dezelfde hoge leges moeten betalen aan de IND als andere derdelanders. Gelet op de eerdere uitspraken van de hoogste rechter, waarin Japanners gelijk zijn geschakeld met Zwitsers, was de rechtbank Middelburg een jaar eerder tot de conclusie gekomen dat Japanners hetzelfde tarief moeten betalen als Zwitsers en EU-onderdanen. Tegen die uitspraak ging de IND in beroep.

De kwestie leek bij de Afdeling eenvoudig te worden. Haar uitspraken van 19 juni 2013 en 24 december 2014 waren immers duidelijk: Nederland was gebonden aan het Japans Handelsverdrag (1913) en het Tractaat met Zwitserland (1875). Dat laatste verdrag geeft Zwitsers in Nederland een positie "gelijk aan nationalen". En omdat Japanners in hun verdrag gelijkstelling hebben bedongen met de onderdanen van de "meest begunstigde natie", verkrijgen zij dezelfde rechten als Zwitsers. En de bewoners van het Alpenland betalen geen leges in Nederland, dus de rekening die de IND aan Japanners voorlegt oogt dubieus. Het leek daarom alleen een discussie te worden of er toch nog leges moesten worden betaald, een beetje, of helemaal niet.

Herroepen

Dat was echter buiten de Afdeling gerekend, die - na een opmerkelijk procesverloop waarbij de IND tot enkele dagen voor de zitting alle ruimte kreeg nieuwe grieven en informatie in te brengen - de eerdere uitspraken herriep en tot de conclusie kwam dat het Zwitsers Tractaat (toch) niet langer van toepassing was. Niet alleen vanaf de datum van de uitspraak, of vanaf een geheimzinnige notawisseling op 15 juni 2016 tussen Nederland en Zwitserland, maar zelfs lang daarvoor. De Afdeling neemt niet de moeite uit te werken waarop dit nieuwe inzicht is gebaseerd. Dat is niet alleen jammer vanuit de wens om deze 180 graden ommezwaai juridisch te duiden. Maar de rechter miskent bovendien dat een grote groep Japanners vanaf 2013 vertrouwde op de duidelijke uitspraken die hun rechten bevestigden, en daar ook hun verblijf in Nederland op hebben gebaseerd.  

Rechtseenheid, rechtsbescherming en rechtsontwikkeling?

De uitspraak van de Raad van State heeft veel kritiek ontvangen van andere juristen. De drie kernwaarden die de Raad van State hoog in het vaandel heeft staan, waren kennelijk even uit het oog verloren. Daarom gaat het speculeren door: waren de eerdere, goede gemotiveerder uitspraken ineens  "fout". Of is de uitspraak van 11 november 2016 juist een misslag, en verdient déze een correctie? Want heeft de Raad van State wel op correcte wijze het EU-recht toegepast?

De komende maanden gaan drie rechtbanken zich nu over onder andere deze vraag buigen. Het betreffen zaken die eerder waren aangehouden in afwachting van de uitspraak van de Raad van State. Dat dit geen gelopen race betreft, volgt uit de planning van de rechtbank Rotterdam. Deze heeft de zaak op 15 april de meervoudige kamer gezet, wat gebeurt als een rechtbank de nodige juridische vragen heeft en het belangrijk vindt deze goed helder te krijgen.

Zodra de eerste uitspraak er is, kunt u deze teruglezen op onze website.
door julienluscuere 19 feb, 2017

Het kantoor van Luscuere, De Jong, Wassenaar en Dingenouts wordt versterkt met twee ervaren advocaten: Dirk Schaap en Marianne Wiersma. Vanaf 1 maart gaan ze samen verder als Inigo Advocaten op de Willemskade te Rotterdam. 

door Astrid de Pauw 02 feb, 2017

Mijn neef heeft precies dezelfde achtergrond en wél een verblijfsvergunning gekregen, ik niet. Mijn advocaat doet zijn werk niet goed!

Gezien de honderdduizenden aanvragen, verlengingen, bezwaren en beroepen die de overheid in het vreemdelingenrecht afhandelt worden er altijd fouten gemaakt. In veel gevallen in het nadeel van de vreemdeling, maar soms ook in zijn voordeel. Zo'n geluksvogel krijgt ten onrechte een verblijfsvergunning. Als hemzelf hierin niets te verwijten valt, mag deze niet worden ingetrokken.


De advocaat heeft dan niet zelden de moelijke taak aan andere cliënten uit te leggen dat het hier om een incident gaat waar anderen geen rechten aan kunnen ontlenen. Daarnaast zijn heel veel zaken inhoudelijk toch verschillend. Het gaat om nuances die voor de cliënt niet zichtbaar zijn, maar voor de jurist wel. Ook dit is moeilijk uit te leggen, maar een goede advocaat moet en zal hier wel de tijd voor nemen.
door Julien Luscuere 01 feb, 2017

Is het verstandig om een rechtsbijstandsverzekering af te sluiten?

Dat hangt er van af. Een gouden regel bij verzekeringen is: verzeker je alleen voor schade die je niet zelf kan betalen. Een advocaat is prijzig, maar meestal niet onbetaalbaar. Gemiddeld maakt een mens 1 tot 2 keer in zijn leven gebruik van een advocaat. Als je dan 50 jaar premie hebt betaald (voor zo'n 150 euro per jaar) ben je met een verzekering meestal veel duurder uit. Opvallend is dat de markt van rechtsbijstandsverzekeringen tot nu toe een van de meest winstgevende is.


Verzekeren is in elk geval niet nodig als je inkomen onder de toevoegingsgrenzen valt. Het is bijna misleidend dat in de folders van de verzekeraars bijna nooit op het bestaan van gefinancierde rechtshulp wordt gewezen. En soms bent u al gedeeltelijk verzekerd van rechtsbijstand, bijvoorbeeld via de vakbond of de autoverzekering. Lees verder de polisvoorwaarden goed door. Veel kwesties zijn uitgesloten zoals familiezaken, vreemdelingenrecht en strafrecht. Niet toevallig staan deze problemen in de top 5 van de problemen waar een advocaat voor nodig is...

Houdt u verder rekening met de wachttijd. Voor de meeste zaken moet u drie tot zes maanden wachten voordat u een beroep op de verzekering kan doen. Maar ook als u hebt gewacht kan rechtsbijstand worden geweigerd als het probleem al bestond toen de verzekering inging. Bijvoorbeeld: u ontvangt van de werkgever een brief dat u overtallig bent en mogelijk zal worden ontslagen. U sluit snel een rechtsbijstandsverzekering af, en na vier maanden schakelt u deze in. De verzekeraar vindt de brief van uw werkgever in het dossier en zal alsnog stoppen met de rechtsbijstand: "een brandend huis" is immers niet verzekerd.

Tenslotte moet u zich realiseren dat de werkwijze van rechtsbijstandsverzekeringen verschilt van advocatenkantoren. De meeste verzekeraars zijn van mening dat u niet vrij bent zelf een advocaat uit te kiezen. In de rechtspraak is echter uitgemaakt dat een verzekerde wel recht heeft op een vrije advocaatkeuze. Komt er niet uit met uw verzekeraar, neemt u dan contact met ons op.

Het contact met de jurist of advocaat van de verzekeraar verloopt vaak alleen schriftelijk of telefonisch. Een zaak wordt pas ingenomen als u een formulier hebt ingevuld en opgestuurd. De verzekeraar bepaalt welke prioriteit de behandeling heeft. Tenslotte heeft de verzekeraar een "omgekeerd" belang. Hoe minder u gebruik maakt van zijn diensten, hoe hoger zijn winstgevendheid.

In 2004 deed de Consumentenbond een uitgebreid onderzoek naar rechtsbijstandsverzekeringen. De conclusie: "Beslist noodzakelijk is een rechtsbijstandverzekering niet. Er zijn de nodige beperkingen en u heeft ook alternatieven. De verzekering kan zijn nut wel bewijzen; u kunt de premie terugverdienen als de verzekeraar u goed terzijde staat. Uiteindelijk is de keuze persoonlijk: hoe groot acht u de kans dat u er een beroep op moet doen?"

Wij voegen daaraan toe: voor veel mensen met een bovenmodaal inkomen is een verzekering een interessante optie, zolang u maar beseft dat het niet voor elke zaak en voor elk moment uitkomst biedt. Bent u niet tevreden over de wijze hoe de verzekeraar u bijstaat, maak dan gebruik van de geschillenregeling. U hebt recht op een gratis second opinion van een onafhankelijke advocaat. Ook hiervoor kunt u bij ons terecht.
door Astrid de Pauw 01 jan, 2017
December 2007 - De afgelopen maanden buitelde politiek rechts over elkaar in een poging de media te halen met een krachtig geluid over het ‘falend’ migratiebeleid. In het volksgericht ‘wil de échte Nederlander opstaan’ proberen Kamps, Verdonk en Wilders elkaar te overtroeven. Van die laatste zijn we de opruiende uitspraken gewend, zoals onlangs weer in de Spits: ‘Van mij mogen alle imams morgen het land uit’.

BhutanEven ontluisterend is de uitspraak van Verdonk dat Poolse arbeiders na een half jaar terug moeten naar hun eigen land. Het is niet zozeer de toon van haar uitspraak, maar het feit dat deze komt van een oud-minister die verantwoordelijk was voor het migratiebeleid. Het lijkt toch intrigerend dat zij na een vier jaar durende leerweg iets wil wat volgens het Nederlands-Europese recht helemaal niet kán.

Babelquote

De tweede schok is dat zo’n lekkere zondagse babbelquote in alle media zonder enig intelligentie wordt overgenomen. Er wordt geen context geschetst, zoals het bieden van een weerwoord aan die Polen of het opnemen van commentaar van een jurist. En bij de ontvanger van het nieuws blijft het beeld hangen van een Verdonk die daadkrachtige en realistische plannen heeft. Je kan bovendien niet zeggen dat de media niet gewaarschuwd zijn voor het hoog hypothetisch karakter van de uitspraken van Verdonk. Zie haar gedachtegoed over het "uitzetten" van Antilliaanse jongeren, en het afpakken van het Nederlands paspoort van ‘criminele Marokkaantjes’ of van Hirsi Ali.

Naast de twee hardliners Verdonk en Wilders probeert de VVD met Kamps en Rutte ook mee te liften op de golf van misplaatst misnoegen en zelfbeklag die Nederland overspoelt. Zo riep Rutte op om de uitspraak van het EHRM in Salah Sheekh maar ‘te negeren, want Duitsland en Frankrijk hebben al vaker een uitspraak van het hof naast zich neergelegd’ (24 juli 2007 op www.vvd.nl) . Ook hier weer bijna geen kritisch onderzoek in de pers. Om welke uitspraken ging het dan? En hoe verhoudt zich dit standpunt van de VVD met kritiek op het mensenrechtenbeleid van andere landen, zoals Turkije. Dat je de bal kan terugverwachten bleek onlangs toen Poetin tegen Balkenende mopperde dat Nederland wat minder moest zeuren over mensenrechten in Rusland en wat meer moest doen aan leuke uitwisselingen, zoals over media en cultuur.

En het houdt niet op: Henk Kamp lanceert op 12 november een VVD-plan voor het inperken van migratie. Voor de hand liggende vragen als: hoe verhoudt zich het ophogen van de leeftijdsgrens bij partnerimmigratie en het betalen van een ‘waarborgsom’ van 7500 euro tot de Europese gezinsherenigingsrichtlijn en artikel 8 EVRM krijgen geen aandacht in de media, wel bijna kwijlende stukjes over de comeback van de VVD in het immigratiedebat. Spektakel over een afvalrace en titanenstrijd. Drama willen we zien, beslist geen nuances.

Nuances

Juist door het kritisch zoeken van nuances en relativeringen evolueert de samenleving en blijft het een voedingsbodem voor individuele zelfontplooiing. Die kernbegrippen uit de Verlichting moeten gekoesterd blijven. Ik vertel de post-Fortuynisten niets nieuws. Nederland heeft door de jaren heen enorm geprofiteerd van deze universele maatschappelijke bouwstenen, waarvan vele zijn ondergebracht in het internationale recht. Toch kalft het draagvlak voor de internationale rechtsorde hard af. En wordt het idee gevoed dat de aftakeling van onze Nederlands maatschappij tot staan kan worden gebracht door de grenzen als een weckpot af te sluiten.

Er lijkt geen debat meer mogelijk met tegenstanders van immigratie. Ze omringen zich met een muur van demagogische en soms bespottelijke oneliners waar je wel eens moedeloos van wordt. Toch moet die inhoudelijke discussie steeds worden gezocht. Zo heeft Kamerlid Fritsma van de PVV op 1 oktober zijn collega’s een brief gestuurd waarin hij zijn ideeën uit het boek De immigratieramp van Nederland heeft samengevat. Zes jaar ervaring bij de IND heeft hem cynisch gemaakt en roepen afkeer op, maar op bepaalde onderwerpen scoort hij zeker punten. Zo is er inderdaad veel gebrek aan transparantie in de besluitvoering bij de IND. Ook zet hij terecht stevige vraagtekens bij het fenomeen ketenimmigratie: het achter elkaar halen van partners uit het land van herkomst.

Draagvlak

Deze incidenten - want de stelling van Fritsma dat het om grootschalig misbruik gaat wordt verder volstrekt niet onderbouwd - ondermijnen het maatschappelijk draagvlak voor het beschermen van oprecht uit te oefenen gezinsleven. Het invoeren van maatregelen tegen fraude bij gezinsvorming of het ter discussie stellen van de vaste driesjaartermijn voor voortgezet verblijf, zal de demagogen de wind uit de zeilen kunnen nemen. Ook voorstanders van een liberaal vreemdelingenbeleid moeten zich daar bewust van zijn.

Soms kunnen zowel voor als tegenstanders van het vreemde veel leren. Vorige maand nog bezochten Willem Alexander en Maxima Bhutan, een bergstaatje tussen India en China. Dit land heeft opmerkelijk lang elke internationale inmenging buiten de deur gehouden. Tot verdriet van velen in de bevolking, een van de armste van de wereld, heeft de koning nu besloten dat de samenleving moet worden gemoderniseerd, waaronder de installatie van een democratie. Het is maar afwachten wat er van de goedbedoelde plannen van de absolute monarch terecht komt. Eén les staat in Bhutan overeind: als je maar lang genoeg elke vreemdeling de toegang weigert word je vanzelf zo arm en onaantrekkelijk dat het probleem automatisch wordt opgelost.
door Astrid de Pauw 01 jan, 2017
Maart 2008 - 2007 was een mooi jaar voor de organisaties die zich bekommeren om het lot van uitgeprocedeerde asielzoekers. Het zwaar bevochten generaal pardon kwam er dan toch en de regeling was zeker niet krenterig. Kleine misdrijven en opgegeven aliassen werden door de vingers gezien.

Gezeur over een referteperiode van maar liefst zeven jaar, zoals bij van de Witte Illegalenregeling, werd voorkomen door uitsluitend bewijzen te verlangen over 2006. En de uitvoering ging ook zo lekker soepel. Geen plastic tassen meer vol vage kwitanties, kreunende bonnetjes, verlepte strippenkaarten, knarsende getuigenverklaringen, maar overzichtelijke mapjes met weinig papier. Eendrachtig werd er opgetrokken door gemeenten, sociale instellingen en de IND.

Rechterlijke toets

Een belangrijk punt in het krachtenspel bij de kabinetsformatie was de uitsluiting van een rechterlijke toets. Nadat de bij de Raad van State afgedwongen rechtsbescherming rond de 14-1 brieven tot politieke paniek had geleid, bleek de Kamermeerderheid van het generaal pardon er voor om deze ‘zo snel en soepel mogelijk’ te laten verlopen, dus zónder ‘oeverloos’ geprocedeer. In de "VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG d.d. 6 juni 2007" schriftelijke vragen naar aanleiding van de regeling Wijst eigenlijk alleen GroenLinks op de onontkoombaarheid van een rechterlijke toetsing; een bevinding die door de staatssecretaris wordt ontkend. Nu de eerste afvallers, soms op dubieuze gronden, bekend zijn geworden en ik naar wegen zoek om dit aan te vechten, verbaas ik mij over de eenvoud van die ontkenning.

In "Plenaire debat (eerste deel)", het plenaire debat van 7 juni 2007 komt de rechter wel herhaaldelijk aan bod. Maar dan in een negatieve context. Fritsma van de PW en Zijlstra van de VVD roepen om het hardst dat ‘procedure-stapelen wordt beloond’. Linkse Kamerleden als De Wit, Spekman, Pechtold en Azough wijzen op het belang van de rechterlijke toets, verzinnen voorbeelden uit het strafrecht, maar trekken die lijn niet door naar het generaal pardon waar die toets nu juist is weggemoffeld. Outsider Van der Vlies van het SGP komt dan met kritiek die de kern van de regeling raakt: ‘Een generaal pardon lijkt vooral uit te gaan van het principe van barmhartigheid, maar in werkelijkheid is het een vorm van willekeur en rechtsongelijkheid. In een werkelijk barmhartig en rechtvaardig beleid moet een zorgvuldige en grondige beoordeling van de aanvraag van de asielzoeker centraal staan; dus niet een kille datum als norm, maar een vlotte en grondige beoordeling van individuele situaties’

Huppelend konijn

Ik voelde mij ongemakkelijk toen ik dit las, want Van der Vlies heeft gewoon gelijk. Het generaal pardon is een huppelend konijn dat iedereen verrast terwijl de goochelaar stiekem iets wegmoffelt. Een schijnoplossing die afleidt van het kernprobleem: zijn we hier wel in staat om op barmhartige en rechtvaardige wijze asielzoekers te beoordelen? De praktijk blijkt immers weerbarstig, Juist de asielzoekers van ná april 2001 zijn In een snelle, vaak discutabele en zeker niet altijd grondige en zorgvuldige procedure beoordeeld. Voeg daarbij dat de rechterlijke toets door de Raad van State tot een uiterst marginale bijrol is gedegradeerd, dan zou juist deze groep eerder aanspraak maken op een ‘generaal pardon’.

Opgeruimd

Maar die nieuwkomers kennen we minder goed want die zitten nog netjes opgeruimd in een AC of Bungalowpark van het COA. Uitgeprocedeerde langblijvers zijn veel zichtbaarder, werden daardoor menselijker en kregen steun van buren, kerken en scholen. Maatschappelijk begrijpelijk, maar vanuit rechtsstatelijk perspectief gezien mist het bevoordelen van die groep elke juridische onderbouwing. En door het controversiële generaal pardon geniet het herinrichten van de asielprocedure, zodat deze eerlijker, evenwichtiger en zorgvuldiger zal verlopen, op dit moment geen politiek draagvlak. De angst voor een nieuwe generatie pardonners ofwel in de woorden van Rechts treinende, maskerende en doublerende asielzoekers die elke procedurele strohalm vast grijpen’ is groot.

Wegduiken

De advocatuur mag zich in dit debat niet buiten de kritiek plaatsen. Goed, een advocaat kan zich concentreren op het principe slechts één belang te dienen, dat van zijn cliënt. Om als advocaat vervolgens geheel weg te duiken voor een maatschappelijk verantwoordelijkheid in breder verband verhoudt zich echter niet tot zijn zelfsturende en denkende taak, zoals deze trouwens ook wettelijk en in Gedragsregels is vastgelegd. Moet een advocaat niet sneller weigeren om kansloze procedures te voeren?

Daarbij is het in Nederland niet de armlastige vreemdeling die de advocaat betaalt. We moeten ons realiseren dat wij, voor zover dit ziet op toegang tot het recht, een royaal stelsel kennen van gefinancierde rechtsbijstand, vrij uniek in de wereld. Bij asielzoekers direct en anders zodra de eerste hobbel van een aanvraag is gepasseerd en de afwijzende beschikking bij de Raad voor Rechtsbijstand wordt neergelegd, geeft deze zonder nadere vragen een toevoeging af. Zelfs als het kansloze procedure nummer 6 is. Deze drempelloze rechtsbescherming is mooi, maar de afwegingen bij zowel de cliënt als de advocaat worden daardoor complexer.

Toevoegingsgeld

Zo levert een reguliere procedure van bezwaar tot aan hoger beroep de advocaat al gauw 4000 euro aan toevoegingsgeld op. De niet draagkrachtige cliënt betaalt in dit hele traject zo’n 282 euro aan eigen bijdragen en ruim 600 euro aan griffierecht. Bij asiel of via bijzondere bijstand hoeft men vaak niets te betalen waarmee elke financiële prikkel is weggenomen. Een opportunistische advocaat heeft daarmee praktisch vrij spel en zal aan inhoudelijke en juridische onderbouwing van een zaak het liefst zo weinig mogelijk tijd besteden. Een uurtarief van 300 euro is dan makkelijk haalbaar.

De opbrengst keldert omlaag als een advocaat alles uit de kast wil halen om zijn cliënt goed bij te staan, zelf onderzoek verricht, meerdere gesprekken heeft, juridisch vakwerk doet. Het systeem beloont dat pas weer mondjesmaat nadat de advocaat eerst tussen het 9e en 24e gewerkte uur voor niets heeft gewerkt. Dat is nobel van die advocaat maar juist voor de betrokken kwaliteitsadvocaat zijn de kansloze zaken óók een welkome aanvulling op diens karige beloning.

Rechtvaardigheidsgrond

In de paar juridisch 'irrelevante' procedures die ik in de kast heb hangen, ergens ver weg in een onderste la, probeerde ik de economische afwegingen van me af te slaan en klampte ik me vast aan de morele rechtvaardigheidsgrond dat sommige cliënten al dolblij zijn met enig respijt zodat ze naar alternatieve verblijfsmogelijkheden kunnen zoeken. Toch merk ik langzamerhand dat maar een enkeling de tijdwinst écht heeft benut om andere wegen in te slaan: vrijwillige terugkeer, een relatie, een studie. Meestal zijn ze na een jaar of wat nog precies daar waar ze stonden, aan de zijlijn van de samenleving, ongelukkig, afwachtend op die ene kleine kans: misschien een nieuw ‘generaal pardon’. En als advocaat voel ik me dan even machteloos. Ik zocht een oplossing. Maar inmiddels ben ik zelf een deel van hun probleem.

Mijn welgemeend pardon, eh, excuus.
door Astrid de Pauw 01 jan, 2017
December 2008 - Eind oktober was er wat politieke ophef nadat een aantal IND-ers een brandbrief schreef aan sociaal geograaf Sietse Fritsma, Tweede Kamerlid van de PVV over de grootschalige vorm van misbruik van de discretionaire bevoegdheid van de Staatssecretaris van Justitie.

Albayrak zou tijdens haar bewind “3500 cadeautjes hebben uitgedeeld”. De “Turkse Sinterklaas” heeft de kritiek direct afgewimpeld en laten uitzoeken dat zij slechts 340 keer een pasje met beperking conform beschikking Staatssecretaris heeft laten maken. Daarbij verwees zij fijntjes naar haar voorgangster die meer dan 1150 keer zo’n wildcard had weggegeven. Het viel dus allemaal wel mee.

Het brandje geblust of toch niet? Ik heb de gelekte stukken opgezocht op internet en grondig doorgenomen. Ik was onthutst en verbouwereerd. Mijn god, wat is er met het opleidingsbudget van de IND gebeurd? Deze medewerkers dienen onmiddellijk op een juridische stoomcursus te worden gezet. En dat niet alleen. Taalkundig gezien is het schrijven een impulsief en slordig werkje waar flink in moet worden gestreept. Zonder hulp van de automatisering met blokbeslissingen en standaardalinea’s is het kennelijk lastig een protestbrief aan een Kamerlid tot een stijlvol einde te brengen.

De aanleiding van de brandbrief is de afgifte van een verblijfsvergunning aan de Bosche VWO-scholier Milton, nadat deze was uitgeprocedeerd als ex-ama. Na aandringen van onder andere de gemeenteraad heeft de burgemeester van Den Bosch Albayrak verzocht de zaak in heroverweging te nemen en met succes. Dat viel verkeerd bij een aantal ambtenaren: “Wij zijn een selecte groep medewerkers van de IND die onze (zijn) afkeuring van haar beleid kenbaar maakt.“… “De bewindsvrouw gaat onder de (het) mom van haar discretionaire bevoegdheid tot grote verbazing alsnog een verblijfsvergunning verlenen aan deze ex-ama”.

De schrijvers komen niet met een zee aan misverstanden en voorbeelden, maar gebruiken alleen de zaak Milton om principiële kritiek te spuwen. Daarin vergalopperen ze zich vrijwel direct met een verhandeling over artikel 3.4 lid 3 Vreemdelingenbesluit. Hierin staat beschreven dat de Minister ook op grond van een andere beperking een verblijfsvergunning mag verlenen dan het lange voorgedrukte rijtje van lid 1. Bij deze afwijking, maar ook niet in het onderliggend beleid in B1/2.1 Vc, staat vermeld dat toepassing is voorbehouden aan een bijzonder individueel geval, zoals de ambtenaar stelt. En als dat er al zou staan, dan zegt de “klokkenluider” vervolgens ook nog: “Wat dat zou moeten behelzen heeft de wetgever niet met zoveel woorden ingevuld! “ om vervolgens – met een geheimzinnige beeldspraak - te beweren dat het “jachtseizoen sedert de inwerkingtreding van de ’nieuwe’ Vreemdelingenwet geopend is”.

Nachtclub

De ambtenaren moeten zich dus vooral beklagen over de Wetgever die deze achterdeur in het bestek opnam. Want het strenge deur-beleid ten spijt, de vorige Minister en de Staatssecretarissen misdragen zich aan de achterkant als goedaardige flut portiers van een goedkope nachtclub die modieuze onverlaten met spijkerbroeken en gympies ongehinderd doorlaten. En het wordt nog erger, want volgens de “selecte groep medewerkers van de IND” is, als ik ze tenminste goed begrijp, ook met het lokale bestuur van alles mis.

Verderop staat namelijk, en leest u rustig drie keer: “Voorts valt uit de wet(s)geschiedenis van de Vreemdelingenwet dan wel de Wet Bescherming persoonsgegevens naar ons oordeel niet af te leiden dat de gemeenteraad de representant in bestuursrechtelijke procedures zoals deze (in deze zaak is zelfs geen aanvraag/ bezwaarschrift / beroepschrift in behandeling) van de betreffende vreemdeling dan wel van een gedeelte van de bevolking van een gemeente dat voor deze vreemdelingen opneemt, zou moeten zijn, doch veeleer dat zij als representatief orgaan van hun gemeente de burgemeester inschakelen ten einde de SvJ om aandacht te vragen voor deze vreemdeling die in hun gemeente verblijft.”

Rookbommen en clustermunitie

Dit wollig taalgebruik roept bij mij eerder een associatie op met rookbommen en clustermunitie, dan met een schrijver die de lezer iets wil duidelijk maken. Wellicht is deze leeg sputterende ballon nog een leuke ‘haal de fouten eruit’ oefening voor eerstejaars rechtenstudenten. Ik beperk me tot de constatering dat de “selecte groep medewerkers van de IND” kennelijk bij het opstellen van de brief even aan het lunchen was, terwijl een juridisch ongeletterde collega met het epistel alleen werd gelaten.

Stampvoetend eindigt de brief met de apocalyptische maar in het geheel niet onderbouwde conclusie: “er is op grote schaal sprake van willekeur en misbruik van de wetgeving door de SvJ, Hoofddirecteur IND, alle leidinggevenden en ‘humanistische’ medewerkers van de IND (die er in de eerste plaats nooit aangenomen hadden moeten (mogen) worden, omdat deze groep ook kansloze aanvragen graag inwilligt.). Ook binnen de IND zijn er 2 Nederlanden!”

Dit bombastisch geleuter kan toch geen collectieve actie zijn, of er is inderdaad heel veel werkelijk mis bij de IND. Het doet me eerder denken aan de huisretoriek van de Partij voor de Vrijheid. Hoe zit het nu Fritsma? De hyperbolische schrijfstijl lijkt sterk op de jouwe. Grappen als “Sinterklaas en Albayrak, allebei uit Turkije” kunnen zo van je leermeester Geert Wilders komen. Ik ga ondertussen vermoeden dat je die gelekte Minuut van een ex-kamergenootje hebt toegeschoven gekregen en er zelf een briefje onder hebt geplakt. Om je stokpaardje op de voorpagina van de Telegraaf te krijgen.

Of vergis ik me en heb ik toch wat gemist in acht jaar advocatuur. Waar zit dan die speciale Unit Humanitaire Medewerkers voor Kansloze Aanvragen? Zou het toch waar zijn? Mag ik het adres? Onmiddellijk heb ik dat telefoonnummer gebeld dat de ambtenaar nog op zijn gelekte Minuut had laten staan. Hè, verdorie, buiten werking gesteld
Meer posts
Share by: