Bel ons tussen 8 en 19 uur op 010-7144600

Inigo Advocaten is op 1 maart 2017 gestart als hét Rotterdamse kantoor voor migratierecht. Voor alle soorten reguliere verblijfsvergunningen (zoals voor partner, studie, werk, maar geen asiel), tewerkstellingsvergunningen, vreemdelingenbewaring en nationaliteitsrecht, kunt u bij ons terecht.
Daarnaast is er een sectie voor problemen op het gebied van arbeid, wonen, bedrijfshuisvesting, contracten en sociale voorzieningen.

Ons team bestaat uit zes ervaren advocaten, met grote deskundigheid op hun vakgebied. Onze cliënten waarderen dat wij snel en duidelijk communiceren, en altijd het beste resultaat uit de zaak willen halen. Wij blinken uit in parate kennis van ons vakgebied, en zoeken graag met u alle mogelijkheden uit. Maar als er geen kans van slagen is, zeggen wij dat gewoon, want we verkopen geen valse hoop.

Wij vinden dat iedereen toegang moet hebben tot het recht. Bij Inigo helpen we u zowel op betalende basis als met gefinancierde rechtsbijstand (‘pro deo’). Belt u ons gerust, want in de meeste gevallen kunnen we direct en kosteloos een goede inschatting voor u maken of het nodig is een advocaat in te schakelen. Dan geven we ook een eerste inschatting van de kosten.

Nieuws

door Erwin Dingenouts 14 jul, 2017
Vanaf 1 juli 2016 (Wet doorstroming huurmarkt 2015) is het mogelijk om woningen tijdelijk te verhuren zonder dat de huurder zich bij het einde van de bepaalde tijd op huurbescherming kan beroepen. Dit kan voor maximaal 2 jaar bij ‘zelfstandige’ woonruimte (met eigen voorzieningen) en maximaal 5 jaar bij ‘onzelfstandige’ woonruimte (met gedeelde voorzieningen). Opzegging is aan het einde van de bepaalde tijd niet nodig, maar wel is een schriftelijke kennisgeving nodig voor het einde van de huur. De huurder mag tussentijds opzeggen, ook al is in het contract bepaald dat dit niet mag. Als na afloop van de bepaalde tijd opnieuw een huurovereenkomst wordt aangegaan met dezelfde huurder, wordt die laatste overeenkomst opgevat als een verlenging voor onbepaalde tijd van de eerste huurovereenkomst.

De Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) heeft in verband met de wetswijziging een nieuw model huurovereenkomst woonruimte opgemaakt. Dat model bevat 4 opties voor wat betreft duur van het contract. Het valt echter te betwijfelen of de 2e optie (onbepaalde tijd met een minimum van 12 maanden) bij de rechter stand kan houden wanneer de huurder toch tussentijds opzegt. Dit lijkt immers in strijd met de wet.

Als u als verhuurder precies wilt weten hoe u zo veilig mogelijk een contract voor bepaalde tijd afsluit en uitvoert, of wanneer u als huurder te maken krijgt met een geschil over een huurovereenkomst voor bepaalde tijd, kunt u daarvoor huurrechtadvocaten Merijn de Jong en Erwin Dingenouts benaderen.
door Inigo Advocaten 02 jun, 2017

 

Ik ben gevraagd in mijn hoedanigheid als historicus te reflecteren op dit kantoor, Inigo Advocaten, op deze nieuwe, prachtige locatie, met de Maas voor de deur, en in deze prachtige stad Rotterdam. En ik heb, naast dat ik via Annemarie Dammann over de nodige inside information beschik, ook even op de website van Inigo Advocaten gekeken, waarop staat:  “Hét Rotterdamse kantoor voor migratierecht”, en vallen dan woorden als vreemdelingen & inburgering. Dat getuigt in deze tijden, van moed, om je als advocatenkantoor te associëren en te profileren met dit soort inmiddels beladen termen.

Vroeger

En als historicus vraag ik mij dan af hoe het vroeger dan zat in een stad als Rotterdam, met migranten en vreemdelingen. Nou, ik kan u nu reeds melden dat Rotterdam daar in het verleden een flinke portie van heeft gehad. Ik baseer me dan even op het boek uit 1998 onder redactie van o.a. Paul van de Laar, onze stadshistoricus, met de titel Bestemming Rotterdam. Vier eeuwen migratie . En dat boek beschrijft dat sinds het ontstaan van Rotterdam in de tweede helft van de Middeleeuwen, hier zich voortdurend groepen mensen uit andere regio’s hebben gevestigd.

Vluchtelingen

Een van de eerste grote golven betrof de periode van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588 en 1795): vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden, gekoppeld aan de val van Antwerpen in 1585. Het ging om meer dan 150.000 Zuid-Nederlandse immigranten die zich vestigden in de Noordelijke Nederlanden, waaronder uiteraard ook Rotterdam.  De vluchtelingen - lutheranen, calvinisten en doopsgezinden - wamen overigens niet alleen uit Antwerpen, maar ook uit als steden als Gent en Brugge. Mede dankzij deze vluchtelingen groeide het aantal inwoners van Rotterdam tussen 1561 en 1622 van 7000 naar bijna 20.000.

Hugenoten

Vervolgens ontving Rotterdam de hugenoten die na de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 om religieuze redenen uit Frankrijk werden  verdreven. En in de 17e maar ook 18e eeuw kwamen hier ook heel veel Engelsen en Schotten heen. En vanaf het begin van de 17e eeuw ook veel Sefardische Joden uit Spanje en Portugal - dan denkt u wellicht ook  aan Baruch Spinoza,  een van Nederlands bekendste filosofen, en van Sefardisch-Joodse afkomst. En in de boeken van de Rotterdamse gereformeerde kerkenraad lezen we in dezelfde periode, zo rond 1600 dat er af en toe,  en ik citeer,  “moren” en “swartinnen” worden gedoopt. Kortom, de multiculturele samenleving avant la lettre

Meer posts

Nieuws

door Erwin Dingenouts 14 jul, 2017
Vanaf 1 juli 2016 (Wet doorstroming huurmarkt 2015) is het mogelijk om woningen tijdelijk te verhuren zonder dat de huurder zich bij het einde van de bepaalde tijd op huurbescherming kan beroepen. Dit kan voor maximaal 2 jaar bij ‘zelfstandige’ woonruimte (met eigen voorzieningen) en maximaal 5 jaar bij ‘onzelfstandige’ woonruimte (met gedeelde voorzieningen). Opzegging is aan het einde van de bepaalde tijd niet nodig, maar wel is een schriftelijke kennisgeving nodig voor het einde van de huur. De huurder mag tussentijds opzeggen, ook al is in het contract bepaald dat dit niet mag. Als na afloop van de bepaalde tijd opnieuw een huurovereenkomst wordt aangegaan met dezelfde huurder, wordt die laatste overeenkomst opgevat als een verlenging voor onbepaalde tijd van de eerste huurovereenkomst.

De Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) heeft in verband met de wetswijziging een nieuw model huurovereenkomst woonruimte opgemaakt. Dat model bevat 4 opties voor wat betreft duur van het contract. Het valt echter te betwijfelen of de 2e optie (onbepaalde tijd met een minimum van 12 maanden) bij de rechter stand kan houden wanneer de huurder toch tussentijds opzegt. Dit lijkt immers in strijd met de wet.

Als u als verhuurder precies wilt weten hoe u zo veilig mogelijk een contract voor bepaalde tijd afsluit en uitvoert, of wanneer u als huurder te maken krijgt met een geschil over een huurovereenkomst voor bepaalde tijd, kunt u daarvoor huurrechtadvocaten Merijn de Jong en Erwin Dingenouts benaderen.
door Inigo Advocaten 02 jun, 2017

 

Ik ben gevraagd in mijn hoedanigheid als historicus te reflecteren op dit kantoor, Inigo Advocaten, op deze nieuwe, prachtige locatie, met de Maas voor de deur, en in deze prachtige stad Rotterdam. En ik heb, naast dat ik via Annemarie Dammann over de nodige inside information beschik, ook even op de website van Inigo Advocaten gekeken, waarop staat:  “Hét Rotterdamse kantoor voor migratierecht”, en vallen dan woorden als vreemdelingen & inburgering. Dat getuigt in deze tijden, van moed, om je als advocatenkantoor te associëren en te profileren met dit soort inmiddels beladen termen.

Vroeger

En als historicus vraag ik mij dan af hoe het vroeger dan zat in een stad als Rotterdam, met migranten en vreemdelingen. Nou, ik kan u nu reeds melden dat Rotterdam daar in het verleden een flinke portie van heeft gehad. Ik baseer me dan even op het boek uit 1998 onder redactie van o.a. Paul van de Laar, onze stadshistoricus, met de titel Bestemming Rotterdam. Vier eeuwen migratie . En dat boek beschrijft dat sinds het ontstaan van Rotterdam in de tweede helft van de Middeleeuwen, hier zich voortdurend groepen mensen uit andere regio’s hebben gevestigd.

Vluchtelingen

Een van de eerste grote golven betrof de periode van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588 en 1795): vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden, gekoppeld aan de val van Antwerpen in 1585. Het ging om meer dan 150.000 Zuid-Nederlandse immigranten die zich vestigden in de Noordelijke Nederlanden, waaronder uiteraard ook Rotterdam.  De vluchtelingen - lutheranen, calvinisten en doopsgezinden - wamen overigens niet alleen uit Antwerpen, maar ook uit als steden als Gent en Brugge. Mede dankzij deze vluchtelingen groeide het aantal inwoners van Rotterdam tussen 1561 en 1622 van 7000 naar bijna 20.000.

Hugenoten

Vervolgens ontving Rotterdam de hugenoten die na de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 om religieuze redenen uit Frankrijk werden  verdreven. En in de 17e maar ook 18e eeuw kwamen hier ook heel veel Engelsen en Schotten heen. En vanaf het begin van de 17e eeuw ook veel Sefardische Joden uit Spanje en Portugal - dan denkt u wellicht ook  aan Baruch Spinoza,  een van Nederlands bekendste filosofen, en van Sefardisch-Joodse afkomst. En in de boeken van de Rotterdamse gereformeerde kerkenraad lezen we in dezelfde periode, zo rond 1600 dat er af en toe,  en ik citeer,  “moren” en “swartinnen” worden gedoopt. Kortom, de multiculturele samenleving avant la lettre

door Erwin Dingenouts 02 jun, 2017

In een procedure van advocaat Erwin Dingenouts heeft het Gerechtshof op op 9 mei 2017 een interessante uitspraak gedaan of 'airbnb' verhuur, waar geen toestemming voor is gegeven, (direct) kan leiden tot een ontbinding van de huurovereenkomst.

De woningcorporatie (Woonstad) vorderde deze ontbinding, en de ontruiming van het gehuurde, wegens onderverhuur door de huurder van een sociale huurwoning via het commerciële platform Airbnb. Het Hof heeft vastgesteld dat er minimaal 42 verhuringen hebben plaatsgevonden. Dat leverde een tekortkoming aan de zijde van de huurder op. Maar het Hof benoemt een aantal relevante omstandigheden (onder nr. 26 van het arrest) die in het voordeel van de huurder moeten worden betrokken:

  •  er was geen sprake was van overlast;
  •  de woning is niet onttrokken aan de sociale woningvoorraad en de woning haar woonfunctie heeft behouden;
  •  Woonstad de woning na ontruiming aan de voorraad sociale woningen zal onttrekken, terwijl de huurder weer in aanmerking zou komen voor een sociale woning;
  •  de huurder al 22 jaar als goed huurder deze woning had bewoond;
  •  het behoud van de woning wegens psychische problematiek van de huurder onontbeerlijk is; en
  •  de huurder direct met Airbnb verhuur is gestopt na ontvangst van de brief daarover van Woonstad, en heeft toegezegd nooit meer tot dergelijke verhuur te zullen overgaan.

De conclusie is dan ook dat de ongeoorloofde airnb-verhuur in beginsel zal kunnen leiden tot ontbinding van de huurovereenkomst, maar ook dat de rechter maatwerk verlangt, en (onder andere) deze bijzondere omstandigheden tot behoud van de huurovereenkomst kunnen leiden.

In eerste instantie had de kantonrechter Rotterdam met een iets andere andere motivering de ontbinding en ontruiming ook afgewezen.

door Florimond Wassenaar 26 mei, 2017

In de Nederlandse wetgeving is bepaald dat een vreemdeling die vijf jaar lang een vergunning voor verblijf bij partner heeft, recht heeft op een onafhankelijke verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf. Eindigt de relatie bijvoorbeeld na vier jaren dan heeft de vreemdeling geen recht op een zelfstandige verblijfsvergunning. Hij of zij moet in dat geval in principe terugkeren naar het land van herkomst.

De tweede voorwaarde die aan zo een vergunning wordt gesteld, is dat de vreemdeling ingeburgerd moet zijn. Deze tweede voorwaarde is mogelijk in strijd met het recht van de EU.

Als het gaat om gezinshereniging regelt de EU een aantal verplichtingen voor de lidstaten waar ze zich aan moeten houden als ze regels maken op het gebied van gezinsmigratie. Nederland heeft één van die verplichtingen dus mogelijk geschonden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft daarom op 10 mei 2017 vragen gesteld aan het EU Hof van Justitie in Luxemburg over de rechtmatigheid van de inburgeringsvoorwaarde bij voortgezet verblijf in het Nederlands migratierecht.

Overigens hoeft de rechter zulke vragen niet te stellen als de EU regels voldoende duidelijk zijn. Maar als de hoogste rechter twijfelt aan de interpretatie van het EU-recht dan is hij verplicht daarover een vraag te stellen aan het Hof van Justitie in Luxemburg. Zo wordt bovendien bereikt dat de regels die binnen de EU gelden, overal hetzelfde worden toegepast.

Het is niet precies te zeggen wanneer uitspraak zal worden gedaan door het Hof van Justitie. Gelet op de doorlooptijden is de verwachting dat het zeker een jaar duren voor er een antwoord is uit Luxemburg.

Florimond Wassenaar behartigt de belangen van de vreemdelingen in de zaken waarover de Afdeling bestuursrechtspraak vragen heeft gesteld.

door Merijn de Jong 11 mei, 2017
We hebben er een paar jaar op moeten wachten, maar eindelijk is er meer duidelijkheid over de positie van buitenlandse ouders van Nederlandse kinderen. Op 10 mei 2017 deed het Hof van Justitie EU een baanbrekende uitspraak in de zaak Chavez-Vilchez en 7 andere moeders van buiten de Europese Unie, die allemaal een Nederlands kind hebben. In deze 8 zaken zorgt de moeder in hoofdzaak voor het kind, en is de Nederlandse vader min of meer nog bij het kind betrokken. De ouders leven gescheiden.

Terug naar het begin


Wat betekent deze uitspraak? We moeten even terug naar waar het allemaal begon. Op 8 maart 2011 verraste het Hof van Justitie met de uitspraak inzake Ruiz Zambrano. Twee Colombiaanse ouders kregen een kind in België. Omdat zij het kind niet hadden ingeschreven bij de ambassade van hun eigen land, kreeg het kind uiteindelijk de Belgische nationaliteit. De ouders, die geen legaal verblijf hadden in België, stelden het volgende. Als zij zouden moeten terugkeren naar Colombia, zou hun Belgische kind feitelijk worden gedwongen om België te verlaten. En niet alleen België, maar de hele Europese Unie. En dat, zei het Hof, is in strijd met het oprichtingsverdrag van de EU. Immers, een EU-burger moet zijn EU-rechten kunnen uitoefenen. Langs die weg konden de ouders dus, vanwege het belang van hun kind, hun verblijf legaliseren.

Veel rechtspraak

De uitspraak inzake Zambrano leidde in Nederland tot veel nieuwe vragen en dus rechtspraak. De situatie dat twee ouders geen EU-burgers zijn en toch een Nederlands kind hebben, komt in Nederland waarschijnlijk bijna niet voor. Des te meer kennen we echter de situatie, waarin een burger van buiten de EU een kind krijgt met een Nederlandse man of vrouw, terwijl er geen vaste relatie is of waarna de relatie verbreekt. De verzorgende ouder – in de praktijk blijkt dat vaak de moeder te zijn – heeft dan dus alleen of in hoofdzaak de zorg voor een Nederlands kind. Moet deze moeder uit Nederland vertrekken, dan moet het kind mee. De vader wil of kan er vaak niet voor zorgen.

De rol van de vader

Hoe moesten we deze situatie nu vergelijken met die van Zambrano? De IND, daarin gesteund door de Raad van State, stelde zich op het standpunt dat alleen als het uitgesloten was dat de vader voor het kind zou kunnen zorgen, de moeder verblijf moest krijgen. Voorbeelden daarvan zijn als de vader is overleden, onvindbaar is, langdurig in detentie zit of is opgenomen in een psychiatrische kliniek. Een vader die – met hulp van instanties – voor een kind zou kunnen zorgen, zou dat ook moeten doen. Ook als die vader dat helemaal niet wil.

Wat zegt het Hof?

Het Hof van Justitie breekt dit strenge standpunt open met de uitspraak Chavez-Vilchez. Een paar dingen vallen extra op in deze uitspraak. Het Hof overweegt onder meer het volgende:
  • De vraag wie de verzorgende ouder is van het kind is belangrijk, maar niet de enig doorslaggevende factor. Voor de vraag of het kind feitelijk wordt gedwongen om de EU te verlaten, moeten alle van belang zijnde omstandigheden worden meegewogen, zoals
    1. de leeftijd van het kind,
    2. zijn lichamelijke en emotionele ontwikkeling,
    3. de mate van zijn affectieve relatie met de ouder die EU-onderdaan is alsook met de verzorgende ouder, en
    4. het risico dat voor het evenwicht van het kind zou ontstaan als het van de verzorgende ouder zou worden gescheiden.
  • Bij dit alles moet het belang van het kind voorop staan, en moet ook het recht op gezinsleven en familieleven worden meegewogen.
  • Nadat de vreemdeling die om verblijf vraagt, alle belangrijke informatie heeft aangeleverd, moet de IND ook zelf onderzoek gaan doen, onder andere om na te gaan waar de Nederlandse ouder verblijft.
  • Ook moet de IND nagaan of de Nederlandse ouder voor het kind kan en wil zorgen, omdat dit belangrijk is in de weging van belangen.

Correctie

Dit is een stevige correctie op het beleid van de IND. Waarom? Omdat het na deze uitspraak niet meer genoeg is voor de IND om te stellen dat de Nederlandse ouder mogelijk nog in beeld is. De IND zal zelf onderzoek moeten doen naar de Nederlandse ouder en vervolgens alle omstandigheden die het Hof heeft genoemd, moeten meewegen. Heel belangrijk daarbij is ook, dat als de Nederlandse ouder duidelijk niet voor zijn of haar kind wil zorgen, dat moet meewegen. Eerder hield de IND met de wil van de Nederlandse ouder helemaal geen rekening.

Beperkt

Het valt te verwachten dat de IND deze uitspraak – net als de Zambrano-uitspraak – zo beperkt mogelijk zal uitleggen. Zo zal de IND waarschijnlijk benadrukken dat het Hof nog steeds ruimte laat om een rol toe te bedelen aan de Nederlandse ouder, ook al verzorgt die het kind niet. Met name bij baby’s of juist bij oudere tieners zal de IND mogelijk beweren dat het verleggen van de zorg weinig emotionele impact zal hebben op het kind, en dat het gezinsleven met de tot dan toe verzorgende ouder kan worden uitgeoefend met ‘moderne communicatiemiddelen’.

Toch is het na deze uitspraak duidelijk dat het huidige beleid niet meer volstaat. Het moet soepeler, en met deze uitspraak in de hand hebben we een nieuw stuk gereedschap om de toegangsdeur tot Nederland voor verzorgende ouders van Nederlandse kinderen verder open te wrikken.

Meer informatie over deze uitspraak is ook te vinden in het interessante (Engelstalig) commentaar van prof. Steve Peers op deze uitspraak.
door Merijn de Jong 01 mei, 2017

Hebt u een mobiele telefoon met een abonnement voor een vaste periode (meestal 1 of 2 jaar), en heeft uw telefoonmaatschappij geen duidelijke koopprijs voor uw toestel in het contract vermeld? Dan kunt u de aanschaf van het toestel gemakkelijk ongedaan maken. U schrijft een brief waarin u de koopovereenkomst en de kredietovereenkomst (want dat zijn het) vernietigt en u vordert het deel van het abonnementsgeld dat was bedoeld voor aanschaf van de telefoon, terug van de telefoonmaatschappij. Als de maatschappij daarom vraagt, moet u wel het toestel teruggeven. Maar dat mag in de staat waarin het zich bevindt, en voor het gebruik bent u geen vergoeding verschuldigd. Wel moet u zorgvuldig met het toestel omgaan en moet u de belkosten betalen. Bewaart u het toestel dus goed. Deze recente ontwikkelingen in de rechtspraak bieden u ook goede argumenten voor het voeren van verweer tegen geldvorderingen op u van telefoniebedrijven. 


Dit alles heeft de Hoge Raad onlangs uitgemaakt. In zijn  uitspraak  van 12 februari 2016 moest de Hoge Raad zich uitlaten over een aantal vragen van een kantonrechter. Die had een zaak onder zich over een telefoonovereenkomst van een consument met KPN. Daarbij was een zogenaamde 'all in'-prijs afgesproken. Dat wil zeggen dat de consument een maandelijks bedrag betaalde voor de telefoon, het abonnement, en een aantal belminuten. In de meeste contracten van grote aanbieders zoals KPN, Vodafone, Telfort, T-mobile, Tele2 etc, is dat zo geregeld. Er staat geen aparte koopprijs voor de telefoon in het contract.

De Hoge Raad heeft nu bepaald dat zo'n all in-prijs in strijd is met de wet. Als consument kun je bij een all in-prijs de overeenkomst vernietigen, althans voor zover dat ziet op de aanschaf van het telefoontoestel. Dat kan zonder dat de rechter eraan te pas komt, gewoon door een brief te sturen. Het is wel verstandig om dat aangetekend te doen.

Het ligt voor de hand dat de meeste telefoonaanbieders na deze uitspraak de contracten veel zorgvuldiger zullen gaan opstellen. Ze moeten de aanschafprijs en de overige kosten waarvoor u betaalt, duidelijk specificeren. Maar als u nog een contract hebt waarbij dat allemaal niet het geval is, kunt u dus heel goedkoop van uw abonnement af.

De Hoge Raad had al eerder, in een  uitspraak  van 13 juni 2014 bepaald dat dit soort abonnementen, waarbij de consument een 'gratis' telefoon erbij krijgt, zijn aan te merken als 'koop op afbetaling' en een kredietovereenkomst. U krijgt immers een duur toestel mee, waarvoor u niet meteen de volle koopprijs hoeft te betalen. In het abonnementsgeld zit een bedrag voor aanschaf van de telefoon inbegrepen. De telefoonmaatschappij is wettelijk verplicht dat te specificeren.

Maar stel dat u de overeenkomst vernietigt, en de al betaalde bedragen terugvordert die zien op de aanschaf van de telefoon, op hoeveel geld hebt u dan recht? De Hoge Raad spreekt zich niet uit over de vraag hoe de consument zijn vordering op dit punt vorm zou kunnen geven. Het lijkt echter logisch om in eerste instantie aan te sluiten bij de normale verkoopprijs van de telefoon, zonder abonnement. 

Een voorbeeld. Stel u hebt 6 maanden geleden een abonnement afgesloten bij een telefoonmaatschappij waarbij u een smartphone krijgt met een normale verkoopwaarde van 500 euro. Het abonnementsgeld dat u elke maand moet betalen is 40 euro en contractperiode is twee jaar. Voor het toestel hoeft u niets extra's te betalen. Het totale bedrag dat de maatschappij van u zal krijgen als u de contractperiode van twee jaar helemaal vol maakt, is dus 24 x 40 euro, dus 960 euro. Ongeveer 500 euro daarvan zal bedoeld zijn als betaling voor de telefoon. De overige 460 euro betaalt u voor de nummeraansluiting, de belminuten, eventuele internetaansluiting, service, etc. U hebt intussen 1/4e deel van het contract vol gemaakt, en 6 x 40 euro, dus 240 euro aan de maatschappij betaalt. 125 euro daarvan (1/4e van de koopprijs) kunt u nu terugvorderen van de telefoonmaatschappij. Als deze met goede argumenten komt waarom de aanschafprijs bij een abonnement lager zou zijn, kan dat anders uitpakken, maar volgens ons is dit een goede insteek.

Twijfelt u of uw contact onder deze rechtspraak valt, of gaat de telefoonaanbieder niet akkoord met uw brief waarin u de overeenkomst vernietigt? Neemt u dan contact op met Merijn de Jong of Erwin Dingenouts. Als de telefoonmaatschappij al een rechtszaak tegen u is begonnen omdat u een of meer betalingen niet hebt gedaan, neemt u dan in ieder geval contact met ons op. Er valt in dit soort zaken vaak op veel punten een goed juridisch verweer te voeren.
Meer posts
Share by: